Op 31 oktober 2017 is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de kerkdeur van de slotkerk in Wittenberg spijkerde. Deze 95 stellingen onthulden enkele on-Bijbelse tradities en leerstellingen van de katholieke kerk (Roomse macht) en de mensen waren sprakeloos dat iemand de moed had om het systeem van Rome tegen te spreken.

De 95 stellingen werden in zeer korte tijd in heel Duitsland en over de hele wereld verspreid. De mensen begrepen wel dat de katholieke kerk een groot aantal on-Bijbelse leerstellingen onderwees en tradities innam. Daarom kozen veel mensen de kant van Luther. Er ontstonden levendige discussies en de bekendmaking van de 95 stellingen bereidde de weg voor van een nieuwe, vrije en zelfstandige manier van denken.

In het algemeen waren slechts de priesters in het bezit van de Bijbel. Het volk had naar hen opgekeken en erop vertrouwd dat zij het Woord van God op een juiste manier zouden weergeven. Maar nu had Maarten Luther met zijn verkondiging van de 95 stellingen onthuld dat hun leerstellingen en hun tradities niet overeenkwamen met de Bijbelse leer. In heel korte tijd ontstonden zo twee tegenover elkaar staande kampen: de vertegenwoordigers van de katholieke kerk aan de ene kant en de aanhangers van de nieuwe lutherse leer aan de andere kant.

Omdat Luther vasthield aan zijn ideeën en zijn leerstellingen werd hij uiteindelijk ontboden om naar de Rijksdag in Worms te komen. De Rijksdag wilde dat hij zich zou onderwerpen aan de autoriteit van die dagen en dat hij al zijn werk zou gaan herroepen. Maar Luther antwoordde:

“Bewijs dan uit de geschriften van de profeten en de apostelen dat ik het fout heb gehad. Zodra ik daarvan overtuigd ben dan zal ik elke fout toegeven en zal ik de eerste zijn die mijn boeken in het vuur zal werpen. Ik kan mijn geloof niet onderwerpen aan de paus of aan de Concilies, want het is zo helder als de dag dat zij vaak fout zijn geweest en zichzelf vaak hebben tegengesproken. Tenzij ik word overtuigd door de getuigenis van de Bijbel of door de meest heldere redenering, tenzij ik word overtuigd door de passages die ik zojuist heb geciteerd, en tenzij ik daarvoor mijn geweten loslaat die berust op het Woord van God, kan en wil ik niet herroepen, want het is niet veilig voor een christen om zich uit te spreken tegen zijn eigen geweten. Hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij!”

(bron:www.lightchanneltv.org)