In deze blog bespreken we de discussie of de mens slimmer is geworden in de loop der tijd, of juist dommer.
Vaak hoor ik; “de mens van deze tijd is veel slimmer dan vroeger” of ” we zijn in een tijd beland waar de menselijke wijsheid zijn hoogtepunt bijna heeft bereikt.”
We zijn blijkbaar met al die uitvindingen op gebied van technologie en andere snufjes, veel slimmer als vroeger… Maar is dat wel zo?

In de zondvloed vergingen grotere uitvindingen op het gebied van kunst en menselijke vaardigheid dan de wereld nu kent.

De kunst die toen vernietigd werd, was veel groter dan de kunst waarop de mensen zich nu beroemen. Hoe kregen de mensen hun kennis om uitvindingen te doen? Van de Here, door de vorming en gewoonten van verschillende dieren te bestuderen. Elk dier is een studieboek, en door het gebruik dat zij van hun lichaam maken en de wapenen die ze bezitten, hebben de mensen geleerd apparatuur voor allerlei soorten van werk te maken. Als de mensen slechts konden weten hoeveel kennis voor onze wereld verloren is gegaan, zouden ze niet zo gemakkelijk spreken over de oertijden. Als ze hadden kunnen zien hoe God gewerkt heeft door Zijn menselijke onderdanen, zouden ze met minder vertrouwen spreken over de kennis van de zondvloed.

In veel opzichten is door de zondvloed meer verloren gegaan dan de mensen van nu weten.

Bij het zien naar deze wereld zag God dat het verstand, dat Hij aan de mensen gegeven had, misbruikt werd, dat het bedenken van zijn hart gedurig boos was. God had deze mensen kennis gegeven. Hij had hun waardevolle ideeën gegeven om Zijn plan uit te voeren. Maar de Here zag dat zij, waarvan Hij bedoelde dat ze wijsheid, tact en onderscheidingsvermogen zouden bezitten, elke geestelijke hoedanigheid gebruikten om zichzelf te verheerlijken.

Door het water van de zondvloed vaagde Hij dit geslacht van lang-levende mensen van de aardbodem, en met hen verdween de kennis, die zij alleen maar voor het kwaad hadden gebruikt.

Toen de aarde opnieuw bevolkt werd, vertrouwde de Here zijn wijsheid spaarzamer toe aan de mens en gaf hem slechts de bekwaamheid, nodig om Zijn grote plan te volvoeren.

Met elke volgende generatie is de ware kennis afgenomen. God is oneindig en de eerste mensen op aarde kregen instructies van de oneindige God die de wereld had geschapen. Zij, die hun kennis rechtstreeks uit deze bron van oneindige wijsheid kregen, schoten niet tekort in de kennis. God onderrichtte Noach hoe hij de immense ark moest bouwen voor de redding van zichzelf en zijn gezin.
Ook onderrichtte Hij Mozes hoe deze de tabernakel moest maken, met zijn borduurwerk en alle versierselen om het heiligdom te verfraaien. De vrouwen vervaardigden met grote bekwaamheid het versiersel van zilver en goud. Bekwame mannen ontbraken niet bij het vervaardigen van de ark, de tabernakel en de vaten van massief goud.
God gaf aan David een voorbeeld van de tempel die door Salomo werd gebouwd. Alleen de meest bekwame handwerkslieden mochten zich met dit werk bezighouden. Elke steen voor de tempel werd klaargemaakt om precies pasklaar te zijn eer hij naar de tempel werd gebracht. En de tempel werd gebouwd zonder het geluid van een bijl om hamer. Nergens in de wereld is een dergelijk bouwwerk te vinden wat betreft schoonheid, rijkdom en pracht. Er zijn heel wat uitvindingen, verbeteringen en werkbesparende machines die de mensen vroeger niet hadden. Ze hadden er geen behoefte aan…
Hoe langer de aarde heeft gezucht onder de vloek, des te moeilijker is het voor de mens geworden deze te bewerken en productief te maken. Omdat de bodem onvruchtbaarder is geworden en er dubbel zoveel werk besteed moet worden, heeft God mensen verwekt met ingenieuze hoedanigheden om hulpwerktuigen te ontwikkelen tot verlichting van het werk op het land, dat zucht onder de vloek. Maar God heeft niet met alle uitvindingen van de mens te maken.

Satan heeft het denken van de mens in grote mate beheerst, en heeft hem ertoe gebracht, in korte tijd uitvindingen te doen die hen ertoe hebben geleid, God te vergeten.

Wat intellect betreft, kunnen de mensen van nu een vergelijking met de ouden niet doorstaan. Er is meer oude kennis verloren gegaan dan de huidige generatie bezit. Wat betreft vaardigheid en kunst zijn de mensen, die in deze gedegenereerde tijd leven, niet te vergelijken met die krachtige mensen, die bijna duizend jaar leefden. De mensen vóór de zondvloed leefden honderden jaren, en op honderdjarige leeftijd werden ze nog als jongeren beschouwd. Die mensen met hun hoge leeftijden hadden een gezond verstand in een gezond lichaam. Hun mentale en lichamelijke kracht was zo groot, dat het huidige zwakke geslacht er niet mee kan worden vergeleken. Die ouden hadden bijna duizend jaar tijd om kennis te verwerven. Ze werden actief op een leeftijd van zestig tot honderd jaar. In die tijd hebben de mensen die nu leven, het grootste deel van hun korte leven achter de rug en zijn van het toneel verdwenen.

Zij, die misleid zijn en zich vleien met het waanidee dat onze tijd een tijd van echte vooruitgang is, en dat het mensdom in de afgelopen eeuwen is gegroeid in ware kennis, worden beïnvloed door de vader der leugen, wiens werk altijd heeft bestaan uit het veranderen van Gods waarheid in de leugen.

 

Na dit stuk gelezen te hebben, ben ik overtuigd dat men in de loop van de eeuwen  eerder dommer is geworden dan slimmer.
De wijsheid die we hadden, is vergaan, en zal niet meer herontdekt worden. God openbaart wat Hij wil. Al doet de mens nog zo zijn best om steeds slimmer te worden, God heeft grenzen gelegd waar wij nooit overheen zouden kunnen gaan!

 

(bron: bijbelcommentaar E.G.White)