ÉÉNWORDING MET ROME

Vóór 1960 werd de katholieke kerk door velen nog met wantrouwen bezien, en de ideeën van de hervormers leefden nog steeds bij de protestanten. Verder werd de roomse opvatting dat men alleen behouden kon worden in de katholieke kerk nog steeds geloofd. De hervormde kerken, waren echter richting de oecumene opgeschoven, en in 1948 werd de Wereldraad van Kerken opgericht, die bijna alle protestantse kerken omvatte, de orthodoxe en de katholieke kerken uitgezonderd.

DE INVLOED VAN VATICANUM II

Paus Pius XII definieerde en bekrachtigde in 1950 de leer van de lichamelijke hemelvaart van de gezegende maagd Maria. Dit zou wat de kerkleer betreft de kloof tussen katholieken en protestanten groter hebben moeten maken. Zijn opvolger, paus Johannes XXII, riep het tweede Vaticaans Concilie bijeen, die geen enkel leerstelling van de katholieke kerk herriep, maar in 1962 verklaarde dat verlossing niet alleen voorbehouden was aan rooms-katholieken, maar sindsdien ook verkregen kon worden door iedereen die leefde volgens zijn geweten.

De theoloog Karl Rahner, groot voorstander van de pro-Vaticaanse geest en jezuïet, onderschrijft de traditionele katholieke leer en haar aanspraak op de algehele waarheid. Hij benadrukt dat verlossing aan de ene kant door Christus en de kerk komt, maar aan de andere kant, beweert hij dat het volk van God ook buiten de katholieke kerk en alle andere kerken te vinden is, de hele mensheid inbegrepen.

De principes van de oecumenische beweging werden opgesteld tijdens Vaticanum II en nadruk werd gelegd op het hoofddoel van de oecumenische beweging: DE ERKENNING VAN DE OPPERMACHT VAN DE BISSCHOP VAN ROME. Om de kerken zo ver te krijgen dat zij zich verenigen, moeten zij de heerschappij van de pauselijke troon erkennen. In september 1995 gaf paus Johannes Paulus II in een vergelijkbare bekendmaking te verstaan, dat erkenning van de heerschappij van de paus essentieel was voor kerkelijke eenheid. De kop boven het artikel in de katholieke krant, Southern Cross, van 17 september 1995 luidde:

Om tot eenheid te komen moeten alle kerken de pauselijke autoriteit erkennen.

De catechismus van de katholieke kerk zegt ook:

“Vanaf het begin schonk Christus eenheid aan zijn kerk. Wij geloven dat deze eenheid in de katholieke kerk bestaat als iets dat zij nooit kan verliezen, en wij hopen dat het zal blijven groeien tot het einde der tijden. Artikel 820. Het uiteindelijke doel van de oecumene zoals katholieken het opvatten, is eenheid van geloof, aanbidding, en het erkennen van de bisschop van Rome als de hoogste geestelijke autoriteit.” Priester J. Cornell

Deze eenheid die volgens de katholieke kerk moet worden bereikt, is niet alleen van toepassing op de afgescheiden kerken van de reformatie, maar ook op de hele wereldbevolking:

“Tot deze katholieke eenheid van het volk van God zijn alle mensen geroepen… En op verschillende manieren zullen zij erbij horen of ingedeeld worden: de katholieke gelovigen, anderen die in Christus geloven, en tenslotte de hele mensheid, geroepen door Gods genade en verlossing. Artikel 836, Catechismus van de katholieke kerk.”

(bron: De Waarheid Telt W.J. Veith)