Het is verbazingwekkend om te zien hoe snel de kerken overal ter wereld het streven naar de universele heerschappij van het pausdom hebben geaccepteerd. Vóór het tweede Vaticaans Concilie was er nog een waarneembare kloof tussen katholieken en protestanten maar initiatieven voor een dialoog tussen protestantse kerken waren al genomen. In 1958 was de Wereldraad van Kerken (WCC) samengegaan met de Internationale Zendingsraad (IMC) en in 1961 waren de orthodoxe kerken en sommige pinksterkerken ook vertegenwoordigd bij de vergadering van de raad. In 1963 besloot de “All Africa Church Conference” dat:

“Kerkelijke eenheid een eenheid is, die wij zoeken onder onszelf, tussen onszelf en onafhankelijke kerken, en tussen onszelf en de Rooms-katholieke kerk.”

Time magazine van 25 november 1966 maakte bekend dat de splinternieuwe Lutherse raad in de Verenigde Staten een vriendelijke groet had gezonden naar de vergadering van de rooms-katholieken in Washington. Dit werd gezien als ‘een getuigenis dat de geest van eenheid naar beide kanten werkt’. Een Luthers theoloog heeft de protestanten opgeroepen om hun aandacht te richten op het terugkeren naar hun geestelijk thuisland: de Rooms-katholieke kerk. In 1969 bezocht de paus het hoofdkwartier van de Wereldraad van Kerken, en Time Magazine van 20 juni 1969 rapporteerde dat dit “het hoogtepunt van de reis was”. Tijdens de bijeenkomst van de Wereldraad van Kerken in Uppsala in 1968, zond de Rooms-katholieke kerk waarnemers en deed dit nogmaals in 1975, tijdens de bijeenkomst in Nairobi. In 1975 werd de groeiende eenheid tussen de protestanten en de katholieken gedemonstreerd door het uitgeven van een gezamenlijke algemene catechismus. Dit 720 pagina’s tellende boek bevat uitgebreide uitspraken over het christelijke geloof en werd volgens de redactie geschreven:

“…om zeker te stellen dat christenen in hun leefgemeenschappen meehelpen in de gezamenlijke groei van de kerken naar eenheid in verscheidenheid, wat het doel is van alle oecumenische inspanning.”

Dit document stimuleert het maken van veel compromissen, en veegt Bijbelse basisprincipes straffeloos van tafel. Hier volgen enkele voorbeelden om dit punt toe te lichten:

  1. De morele aanwijzingen die wij zowel in de Tien Geboden als in de Bergrede vinden, zijn, ‘voor een groot deel bepaald door hun tijdperk en hun culturele omgeving.’
  2. Veel nieuwtestamentische gedeeltes worden beschreven als interpretaties in plaats van historische gebeurtenissen, en sommige van de uitspraken van Jezus zijn “in de mond van Jezus gelegd” door zijn apostelen; uitspraken die “de historische Jezus nooit heeft gezegd”.
  3. Onderwerpen zoals de lichamelijke opwekking van Jezus worden gezien als een ‘aanhoudend probleem’ voor de mens van vandaag, ‘vol dilemma’s‘.

Zijn boodschap moet opnieuw geïnterpreteerd worden op een meer zinvolle manier, aangezien de verrijzenis van Jezus uit de doden een concept is geformuleerd in de taal van de joodse apocalyptische literatuur, dat nauwelijks nog betekenis heeft in onze hedendaagse sociaal-culturele samenleving.

Heeft de roomse kerk misschien haar houding veranderd en is zij dichter bij het protestantse geloof gekomen? Het tweede Vaticaans Concilie heeft niet één geloofspunt veranderd, en sindsdien is het Vaticaan nog strikter geworden in haar houding aangaande het bewaren van de traditionele katholieke leer.

(bron: De Waarheid Telt W.J.Veith)