Op 31 oktober, vandaag dus, is het 500 jaar geleden dat monnik Martin Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de kerk in Wittenberg heeft gespijkerd.

In 1517 zorgde Luthers gewaagde actie tegen Rome voor veel ophef in Europa. Deze revolutionaire boodschap werd overal verspreid. Luther werd Gods instrument om een reformatiebeweging te ontsteken. Het woord “protestant” komt van het woord “protest”. Als gevolg van het protest van Luther verloren miljoenen uiteindelijk het vertrouwen in pausen en priesters en verlieten ze de rooms-katholieke kerk.

We zijn 500 jaar verder gekomen sinds Luther voor het eerst protesteerde in Wittenberg. Hoe reageren protestante kerken nu op dit “jubileum” jaar? Ja, tijden zijn veranderd, maar de Bijbel niet, noch Rome. Gods reformatie leeft nog en zal doorgaan tot het einde van de tijd.

De Bijbel is nog steeds de Bijbel, het beest is nog steeds het beest en eeuwige verlossing van onze zondige overtredingen van Gods tien geboden komt alleen door een eenvoudig geloof in Jezus Christus alleen. De profetie voorspelt ook dat direct voor de wederkomst van onze Verlosser, de almachtige God, de laatste fase van de protestantse hervorming zal initiëren via de wereldwijde verkondiging van de drie-engelenboodschappen, zoals die staan in Openbaring 14:6-12.

“En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk. En hij zei met een luide stem: Vrees God en geef Hem eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. En aanbidt Hem Die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. En een andere engel volgde, die zei: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken. En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt. Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen.”

Hieronder het vervolg van voorgaande dagen “Luther”

Toen Simon de tovenaar de apostelen geld aanbood om ook wonderen te kunnen verrichten, zei Petrus:

“Uw geld zij met u ten verderve, daar gij gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen verwerven.” Handelingen 8:20

Maar duizenden gingen gretig op het aanbod van Tetzel in. Goud en zilver vloeiden in zijn schatkist. Verlossing die men met geld kon kopen, was gemakkelijker dan wanneer men berouw en geloof moest hebben en zich moest inspannen om de zonde te weerstaan en te overwinnen.

De leer van de aflaten werd door geleerde en vrome mannen in de rooms katholieke kerk bestreden. Velen hechtten absoluut geen geloof aan beweringen die zowel in strijd met de rede als met de openbaring waren. Geen enkele prelaat durfde deze zondige handel te veroordelen. De mensen werden verontrust en velen vroegen zich bezorgd af of God niet door iemand kon ingrijpen om zijn kerk te zuiveren.

Hoewel Luther nog altijd zeer pausgezind was, vervulden de godlasterende beweringen van deze aflaatverkopers hem met afschuw. Veel monniken van zijn eigen orde hadden aflaatbrieven gekocht en gingen naar hun biechtvader om hun zonden te belijden. Ze wilden de absolutie hebben, niet omdat zij berouw hadden en hun leven wilden beteren, maar op grond van de aflaat. Luther weigerde ze echter de absolutie te geven en waarschuwde hen dat zij in hun zonden zouden sterven als ze geen berouw hadden en hun leven niet wilden beteren.

Verbijsterd keerden ze naar Tetzel terug om zich erover te beklagen dat hun biechtvader zijn aflaatbrieven niet wilde aannemen. Sommigen wilden hun geld onmiddellijk terug hebben. Tetzel barstte van woede. Hij sprak de vreselijkste vloeken uit, liet vuren op de pleinen aansteken en verklaarde dat

‘de paus hem de opdracht had gegeven alle ketters die zich tegen zijn allerheiligste aflaten zouden verzetten, te laten verbranden’.

Luther trad toen onbevreesd in het strijdperk als voorvechter van de waarheid. Hij liet zijn plechtige waarschuwing van de kansel horen. Hij wees het volk op het weerzinwekkende van de zonde en leerde dat de mens onmogelijk door eigen werken zijn schuld kan verminderen of aan de straf kan ontkomen. De zondaar kan alleen gered worden door zijn berouw tegenover God en door geloof in Christus. De genade van Christus is geen koopwaar, maar een geschenk. Hij gaf de mensen de raad geen aflaten te kopen, maar hun vertrouwen te stellen in de gekruisigde Christus.

Hij vertelde zijn eigen pijnlijke ervaring toen hij tevergeefs zijn zaligheid wilde bewerken door zelfkastijding en boetedoening en hij verzekerde zijn toehoorders dat hij vrede en vreugde had gevonden toen hij zijn aandacht niet meer op zichzelf concentreerde, maar in Christus geloofde.

Toen Tetzel niet met zijn handel en goddeloze beweringen wilde ophouden besloot Luther krachtiger te protesteren tegen zijn hemeltergende misbruiken. Kort daarna kreeg hij daartoe de kans. In de slotkerk van Wittenberg waren er veel relikwieën die op bepaalde kerkelijke feestdagen aan het volk werden getoond. Iedereen die op zo’n hoogtijdag naar de kerk ging en biechtte, kreeg volledige kwijtschelding van zonden. Het volk stroomde op die dagen dan ook naar de kerk. Eén van de belangrijkste kerkelijke feestdagen, het feest van Allerheiligen, naderde. De dag vóór het feest liep Luther mee met de mensen die al op weg waren naar de kerk en plakte zijn vijfennegentig stellingen tegen de leer van de aflaten op de kerkdeur. Hij verklaarde daarin dat hij bereid was de volgende dag zijn stellingen op de universiteit te verdedigen tegen alle bezwaren van opponenten.

Zijn stellingen waren het gesprek van de dag. Ze werden gelezen, herlezen en overal herhaald. Er was veel opschudding op de universiteit en in de stad. Luther poneerde dat de bevoegdheid om zonden te vergeven en straffen kwijt te schelden nooit aan de paus of aan enig ander mens was gegeven.

Het systeem was een klucht, een list om geld af te troggelen door handig misbruik te maken van de bijgelovigheid van het volk, een plan van satan om de levens van allen die zulke leugens willen geloven in het verderf te storten.

Hij stelde dat het evangelie van Christus de kostbaarste schat van de kerk is en dat de genade van God die daarin geopenbaard wordt overvloedig wordt verleend aan allen die er in geloof en in ootmoed naar verlangen. De stellingen van Luther lokten discussie uit, maar niemand durfde op zijn uitdaging in te gaan. De problemen die hij stelde, werden in enkele dagen tijd over het hele Duitse rijk verspreid en vonden in enkele weken tijd in heel Europa weerklank. Veel trouwe rooms katholieken die het vreselijke zedenverval in de kerk zagen en betreurden, maar niet wisten hoe ze de voortwoekering ervan moesten stuiten, namen met grote blijdschap kennis van de stellingen en dachten dat God nu wel zou ingrijpen en Zijn hand zou uitstrekken om de snel wassende vloed van corruptie die van de pauselijke stoel uitging te keren.

De vorsten en notabelen lachten in hun vuistje omdat de macht die hun het recht ontzegde tegen haar beslissingen in hoger beroep te gaan, zou worden gekortwiekt. Maar de aan de zonde verknochte, bijgelovige massa was ontsteld toen de drogredenen die hun angst hadden gesust, stuk voor stuk werden weerlegd. De sluwe geestelijken waren woedend omdat ze werden gehinderd in hun pogingen om misdrijven door de vingers te zien en omdat ze zich ook financieel bedreigd voelden. Ze staken de koppen bij elkaar om hun zaak te verdedigen. De hervormer moest het hoofd bieden aan de felle aanvallen van zijn tegenstanders… (bron Het Grote Conflict)