MET LUIDER STEM… een urgente boodschap aan alle mensen.

In 1724 werd in Londen een boek uitgegeven door George Carlow, die lid was van de sabbatvierende kerkgemeenschap in Woodbridge, Suffolk. In 1802 werd van zijn boek een herdruk in Amerika uitgegeven en in 1847 verscheen opnieuw een herdruk. Ook Carlow toont aan dat de sabbat niet is veranderd en volgens het gebod op de zevende dag gehouden moet worden. Met Schriftvoorbeelden bewijst hij dat wij niet van Gods gebod kunnen en mogen afwijken. Hij schrijft:

De eerste dag kan geen dienst doen als sabbat omdat het grote arrogantie is om Gods geboden te veranderen. Is God niet verstandig genoeg om Zijn eigen tijd van aanbidding vast te stellen en hoe dit opgevolgd dient te worden?

Carlow gebruikt voor het houden van de sabbat op de zevende dag diverse argumenten. Hij schrijft onder meer:

Van Christus wordt gezegd dat Hij Heer is van de sabbat; en wanneer Christus Heer van de sabbat is, dan is de zevende de dag des Heren (Markus 2:28) en niet de eerste dag van de week.

Carlow getuigt:

De eerste dag kan geen dienst doen omdat het niet de dag is die God heeft aangewezen, en hij vervolgt: Naäman, de melaatse, dacht dat de wateren van Damascus van dezelfde heilzame werking waren als de wateren van Israël, of zelfs beter. “Zou ik mij daarin niet kunnen baden en rein worden!” 2 Koningen 5:12. God han hem geboden zich in de Jordaan te wassen,… en hij heeft zich gewassen en was rein. Het wassen in de Jordaan was een noodzakelijk deel van Gods opdracht. En zo heeft God ons geboden de zevende dag als sabbat te houden; de zevende dag, en niet de eerste, is gelijkerwijs een noodzakelijk deel van Gods opdracht.

In het laatste deel van de 16e eeuw en het eerse deel van de 17e waren er in Engeland tenminste elf sabbatvierende kerken van de Zevende-dags Baptisten. In Amerika waren in zestien Staten wel 10.000 sabbatvierders, twee colleges en een uitgebreid programma van informatie materiaal.

Ook in Nederland is het bijzonder tijdens de 17e eeuw in woord en geschrift strijd gevoerd over de sabbat en strikte zondagsheiliging, waarbij opmerkelijke stemmen werden gehoord. Op zitting 147/148, bijvoorbeeld, van de Synode te Dordt op 1 mei 1619 kwam, onder meer, vraag 91 van de Catechismus ter sprake over wat goede werken zijn met het antwoord:

Allen die uit een waar geloof, naar de wet Gods, alleen Hem ter ere geschieden…

Vosbergius, afgevaardigde van Zeeland, betoogde dat dit ‘naar de wet Gods’ wat betreft het vierde gebod, niet opgaat, omdat de zevende dag niet wordt gehouden. Vosbergius verdedigde dat de zondagsheiliging los staat van het vierde gebod. Ook de Zeeuwse afgevaardigde Josias van Oosbergen, ouderling en rechtsgeleerde, benadrukte dat zondagsviering niet overeenkomt met het vierde gebod. Men moet dan op zaterdag rusten. De zondagsrust is niet gestoeld op Gods wet.

Diverse stemmen in de sabbatsstrijd, waarbij ook die van Gomarus, hoogleraar te Groningen, verklaarden dat de zondag niet wordt gehouden krachtens het vierde gebod, maar volgens de verordening der kerk.

Velen bevestigden de moraliteit van het vierde gebod en dat de sabbat in het begin werd ingesteld. Dit maakte de verandering van sabbat in zondag moeilijk te verdedigen. Een aantal theologen, waarbij ook de Remonstrant Curcellaeus uit Amsterdam, bestreden dat die verandering was toegestaan.

de bekende theoloog Lodenstein mengde zich met een tweetal geschriften ook in de strijd. Zou hij misschien op een gegeven moment in zijn persoonlijk leven, naast de zondag, ook de sabbat op zaterdag hebben gehouden? Hij schrijft als titel: Dat in ‘t N.T. geen Nieuwen of andren Sabbath is, nog den Tyd des Sabbaths in ‘t O.T. ooit onbepaald en is geweest. Lodenstein noemt het ongerijmd te rusten op de eerste dag omdat God niet op de eerste, maar op de zevende dag heeft gerust: … gedenkt aan dien zevenden dag der weke om dat Godt op dien gerust heeft, dog dat het daarom ongerijmt zoude zijn / dat de Heere in het N.T. zegt Gy zult rusten op den eersten dag der weke om dat ik op den zevenden gerust hebbe dat en kan ik niet verstaan... Ook schrijft hij: Des Heren Heilige geboden te verdraien, los te maken, te niete doen, of te ontbinden is wis een zware zake / en de dood wel weerdig Hebr. X:28. Matth. V:19.

Enkele bronnen noemen Lodenstein een sabbattist en sommigen beweren dat hij de sabbat met bevriende Waldenzen zou hebben gehouden.

De sabbatsstrijd in de verschillende landen heeft niet geleid tot een algeheel herstel van het sabbatsgebod en dit maakt de wereldwijde oproep van de eerste engel om God te aanbidden, die de hemel, aarde, zee en waterbronnen gemaakt heeft, uitermate zinvol. Het gedenken van de sabbat op de daartoe gezegende en geheiligde, zevende dag is immers van Godswege geboden om Hem als Schepper te erkennen en te aanbidden.

“Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.” Exodus 20:8-11

Voor een vijfdelige DVD set over de sabbat kunt u kijken op: www.sabbatstichting.nl

Ook kunt u J.N. Andrew’s boek bestellen De geschiedenis van de sabbat via: www.bijbelwijzer.nl

 

Voor deel 8 zie volgende link;

MET LUIDER STEM… een urgente boodschap aan alle mensen. (8)