DE WIJN VAN BABYLON

De naam Babylon komt van BAB-ILU“de poort naar de goden”, en in zekere zin laat het een manier van toegang tot de goden zien die tegengesteld is aan het verlossingsplan van God. De toegang wordt verleend via het systeem en niet door het geloof in Jezus Christus. Het is een systeem waar verlossing door werken in de plaats komt van verlossing door geloof. Wat nog meer bijdraagt tot de verwarring, (een van de betekenissen van het woord Babylon):

de Babyloniërs geloofden in een menigte van goden, dus hadden zij meer dan één middelaar, en dat maakt ook het werk van Jezus onbelangrijk.

Het Babylonische systeem van aanbidding is altijd al een valstrik geweest voor het volk van God, daar het meer overeenkomt met de menselijke natuur om te vertrouwen op onze werken en niet op verlossing door genade.

Vanaf het eerste begin hebben deze twee systemen tegenover elkaar gestaan. Het verhaal van Kaïn en Abel is hiervan een voorbeeld. Abel luisterde naar de heilige richtlijn en bracht een lam zonder gebrek (een symbool van Jezus Christus), maar Kaïn bracht de opbrengst van zijn arbeid. 
Toen het offer van Abel door God werd aangenomen, werd Kaïn woedend en sinds die tijd heeft deze eerste confrontatie tussen deze twee systemen van aanbidding, het vuur van religieuze intolerantie en vervolging op deze planeet aangewakkerd.

Het oude Babylon dient als een type voor een veel grotere eindtijdconfederatie van religieuze afval en intolerantie, die aan het einde van de wereldgeschiedenis zal proberen gezag te krijgen over het geweten van mensen. Het oude Babel was volgens de Bijbel de trots van de Chaldeeën; het was groter en imposanter dan veel andere steden van zijn tijd en het was in de oudheid het centrum van aanbidding.

Babylon bereikte het hoogtepunt van haar macht en glorie onder Nebukadnessar, en oude opschriften op kleitabletten vertellen het verhaal hoe zijn vader, Nabopolasser, en hijzelf de oude toren van Babel weer herstelden, wat kort samengevat staat voor redding door eigen werken:

In die tijd beval Marduk mij om de toren van Babel te bouwen, die door de eeuwen heen was verzwakt en vervallen; hij gaf mij opdracht om zijn fundament vast te verankeren op het hart van de onderwereld, terwijl zijn torens naar de hemel zouden rijzen. Nabopolasser

Het was mijn voornemen om de top van de E-temen-an-ki op te richten zodat het kan wedijveren met de hemel. Nebukadnessar

Geen wonder dat God voorzegde dat deze grote stad zou vallen en nooit meer bewoond zou worden. Ongeveer 300 jaar voor haar vernietiging door Xerxes, zei de profeet Jesaja:

“Babel, het sieraad van de koninkrijken, de luister en de trots van de Chaldeeën, zal zijn  als toen God ondersteboven keerde Sodom en Gomorra. Niemand zal er verblijven, nooit meer, en niemand, van generatie op generatie, zal er wonen. Geen Arabier zal daar zijn tent opzetten, en geen herder zal daar neerstrijken. Jesaja 13:19,20

Ondanks deze profetie zijn er pogingen geweest om Babel te herbouwen. Alexander de Grote trachtte de toren van Babel in zijn oorspronkelijke luister te herstellen en probeerde de stad in 330 voor Christus tot zijn hoofdstad te maken, maar voordat hij hieraan kon beginnen stierf hij.

In de huidige geschiedenis, zien wij Sadam Hussein van Irak ook werken aan de wederopbouw van Babel, een werk dat hij in de jaren tachtig begon. Hij gebruikte hiervoor ongeveer 60 miljoen stenen en liet zijn naam iedere drie meter graveren zodat het nageslacht hem zou herinneren. Maar hij schijnt de profetie van Jesaja gelezen te hebben, daar zijn restauraties geen poging zijn om de stad opnieuw te bewonen, want hij liet zijn paleis op de andere oever van de rivier de Eufraat bouwen.

Babylon, de grote stad, waarnaar in het boek Openbaring wordt verwezen kan dus niet slaan op het letterlijke Babylon, aangezien dat nooit meer zou worden bewoond.

(bron: De Waarheid Telt W.J.Veith)