Babylon, de grote stad, waar het Bijbelboek Openbaring naar verwijst kan dus niet slaan op het letterlijke Babylon. Dit zou nooit meer worden bewoond. Zie ‘De wijn van Babylon (1)’.

Het verwijst eerder naar het anti-typische Babylon, dat een veel grotere vervulling zal moeten zijn van alles waar het oude Babylon voor stond. Bovendien zal, net zoals het oude Babel, de eindtijdconfederatie vallen, omdat zij net in vroegere tijden alle mensen heeft doen drinken van de wijn van haar valse leer. De boodschap van de tweede engel in Openbaring 14:8 luidt:

“En een andere engel volgde, die zei: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken.” 

Om deze boodschap te begrijpen, is het essentieel dat wij het moderne Babylon identificeren. Er zijn veel verzen in het boek Openbaring die waarschuwen tegen Babylon, en Gods volk oproepen om uit Babylon te komen.

Bovendien wordt de boodschap van Openbaring 14:8 herhaald in Openbaring 18:2 met een noch sterkere oproep dat de geestelijke ondergang van het systeem weerspiegelt.

“En hij riep uit met krachtige stem: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en een woonplaats van demonen geworden, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels.

Het onrein en verfoeid gevogelte moet een verwijzing zijn naar de uitstorting van een namaak heilige geest, dat het systeem de macht geeft en mensen laat geloven dat zij met de kracht van God werken, terwijl het een leugen is die zich voordoet als waarheid. In vers 4 hoort Johannes een andere stem vanuit de hemel zeggen:

“En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.”

God zou Zijn volk niet oproepen uit Babylon te komen als het onmogelijk voor hen was om Babylon te identificeren. In de vroegchristelijke jaartelling verwijst de joodse en christelijke literatuur naar de stad Rome als Babylon. In 1 Petrus 5:13  wordt ook verwezen naar Rome als Babylon, omdat Petrus deze woorden schreef terwijl hij in Rome was, en het letterlijke Babylon niet langer meer bestond.

“U groet de mede-uitverkoren gemeente die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.”

De rooms katholieken erkennen deze associatie ook:

“Babylon” vanwaar Petrus zijn eerste brief schreef, wordt door geleerde theologen protestant en katholiek, gezien als verwijzing naar Rome – het woord Babylon is symbolisch voor de corruptie die dan in de stad van de caesars heerst.

Bovendien verwijst de beschrijving die in het boek Openbaring wordt gegeven duidelijk naar de kenmerken van de kerk van Rome, die synoniem zijn met die van Babylon. Door de afvalligheid van de kerk van Rome verwijzen de meeste protestanten van het reformatie- en post-reformatietijdperk naar haar als het geestelijke Babylon, de grote vijand van Gods volk. De vrouw die op het beest zit in Openbaring 17 heeft ook alle kenmerken van Rome. Rome past in feite juist die symbolen op zichzelf toe die in dit hoofdstuk gebruikt worden.

“En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker; vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij. En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis:    Het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde.”         Openbaring 17:4,5

In de Bijbel staat het symbool van de vrouw voor een kerk.

Die bekoorlijke, die verwende verdelg Ik, de dochter Sions! Jeremia 6:2

De profeet Jesaja vergelijkt het symbool van de vrouw met een bruid. De reine vrouw staat voor de reine kerk.

Zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God zich over u verblijden.    Jesaja 62:5

Hosea beschrijft het verbond van God met Zijn volk op de volgende manier:

Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig. Hosea 2:18

Het Nieuwe Testament maakt gebruik van dezelfde symbolen:

…want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen. 2 Korinthiërs 11:2

Zie ook; Efeziërs 5:22-25, Openbaring 19:7,8

 

(bron:De Waarheid Telt W.J.Veith)