Om tegenstand te bieden aan het standpunt van de hervormers, begon de katholieke kerk de contra-reformatie geleid door de orde van de Jezuïeten. In 1585 werd de leer van het Preterisme en het Futurisme gepubliceerd door Alcasar en Ribera, twee Jezuïeten priesters. Zij gaven een nieuwe uitleg aan de reformatorische positie van de antichrist en verschoven de aandacht van het pausdom naar de Griekse koning Antiochus Epiphanus IV en naar een toekomstige tiran die de Joden ergens in de toekomst zou vervolgen.

De leer van de Hogere Bijbel Kritiek, die in 1678 begon met de katholieke theologen Richard Simon en Dr. Alexander Geddes, haalde het hart uit de Schriften en stelde vragen bij de simpelste leer over geschiedenis en oorsprong. De boeken van Mozes werden verwezen naar het rijk der fabelen en het geloof werd verworpen. Jezus had een ernstige waarschuwing voor hen die de waarheid van de Schriften in twijfel trokken.

“Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven. Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven? Johannes 5:46,47

De katholieke kerk heeft het scheppingsverhaal van de Bijbel officieel ontkend en heeft het op de vuilnishoop gegooid. In de Sunday Times van 6 december 1987 stond een artikel van Nic van Oudtshoorn, uit Sydney met als opschrift: “Genesis is ‘Onzin’… De katholieke kerk heeft een letterlijke interpretatie van de schepping volgens Genesis officieel verworpen en noemt het baarlijke ‘nonsens’. ” De officiële aankondiging van deze leer door Johannes Paulus II werd door de internationale pers groots bekendgemaakt, en Time Magazine had als kop: “Het Vaticaans denken evolueert … De paus geeft natuurlijke selectie zijn zegen, hoewel de ziel van de mens buiten het bereik van de wetenschap blijft.” 

Nog verbazingwekkender was de uitspraak van de Jezuïet Consolmagno in een interview in 1999 met het blad Elm Street. In hun hoofdartikel “And Heaven and Nature Sing” antwoordde hij op de vraag: “zijn jullie niet allemaal creationisten?” met deze uitspraak: “Creationisme is een negentiende eeuwse ketterij. De oude kerkvaders wisten wel beter dan de Bijbel op die manier te interpreteren.”

De katholieke kerk heeft in het verleden geprobeerd het lezen en de verspreiding van Gods woord te verbieden. De Heilige Schrift werd in 1599 door paus Paulus IV zelfs op de ‘lijst van verboden boeken’ gezet en Aartsbisschop Adolphus vernietigde in 1462 de drukkerij van Gutenberg en Schoeffer om hun verspreiding onmogelijk te maken.

Toen de verbanning van de Bijbel het Woord niet tot zwijgen kon brengen, werd het Woord krachteloos gemaakt door de leer van de Hogere Bijbelkritiek of door te vertrouwen op de autoriteit van de ‘traditie’ boven de Bijbel.

De traditie wordt gebruikt om veel leerstellingen te verbergen die lijnrecht tegenover het ‘zo zegt de Here’ staan.

Rome heeft deze houding nooit veranderd, daar zij zelfs na Vaticanum II zegt:

Het feit dat de Schrift en Traditie bij elkaar horen is de reden dat er twee regels zijn die de weg van de kerk bepalen bij het benaderen van Gods openbaring. De eerste van deze regels wordt duidelijk gemaakt door het Vaticanum II Concilie met de woorden: Uit wat gezegd is volgt dat de kerk niet al zijn kennis van wat God heeft geopenbaard enkel uit de Heilige Schrift betrekt. Daarom moeten beide (Tradities en de Schrift) met evenveel liefde en eer geaccepteerd en gerespecteerd worden … Ten tweede, de onverbreekbare binding tussen de Schriften en Traditie is de reden voor het feit dat voor katholieken, Traditie de context is waarin de Schriften moeten worden geïnterpreteerd, net zoals de Traditie zelf begrepen en geleefd moet worden met betrekking tot de Schrift.

Aartsbisschop Adolphus; vernietigde in 1462 de drukkerij om Bijbelverspreiding tegen te gaan.

 

(bron: De Waarheid Telt W.J. Veith)