Het is opvallend dat katholieke kloosters en kathedralen vaak gebouwd zijn op heidense plaatsen van aanbidding en grotten, en hun koepels staan voor de zonnekoepels van heidense culturen van zonaanbidding. Verschijningen van Maria en de katholieke heiligen zijn ook meestal verbonden met grotten.

In de Shinto-cultuur komt de zonnegodin Amaterasu uit een grot en in hun rituele Shinto-dans die Takachiho-Kagura wordt genoemd, komt zij te voorschijn met een wit geschilderd gezicht zoals wij dat vinden bij veel heidense initiatie-ceremonieën.

In het katholicisme komt Maria tevoorschijn uit een grot (Lourdes). Grotten zijn plaatsen waar men katholieke iconen vindt, evenals in tuinen (de goden waren goden van tuinen en bomen) of in kelders van kathedralen en kloosters.

Zonnedeuren zijn een andere uiting van zonaanbidding. Zij stellen de poort van de hemelse godheden voor of de universele zonnedeur van leven en dood. Deze deuren vormen een belangrijk deel in de zon-aanbiddingsrituelen, in het bijzonder aan het begin van heilige dagen en tijden. Zij worden tot op heden nog steeds gebruikt en vereerd als heilig in oosterse religies, en binnen het katholicisme vormen zij ook een belangrijk onderdeel van hun rituelen.

.

Het Vaticaan heeft een ‘Heilige Deur’ die de paus op heilige dagen opent, en op nieuwjaarsdag zegent hij verschillende heilige deuren op verschillende locaties. Speciale katholieke feesten vallen ook samen met heidense heilige dagen, en worden op één of andere manier ook gevierd door de meeste culturen.

KERSTFEEST

De dag waarop wij het kerstfeest vieren, 25 december, was een feestdag voor de geboorte van de zonnegod. De geboortedag van Osiris werd op deze dag gevierd, de geboorte van de ongeboren zon. Toen Nimrod vernietigd werd, werd hij voorgesteld als een boom die was omgehakt. Tot vandaag de dag wordt zijn wedergeboorte gevierd als een nieuwe tak (kerstboom) die opgroeit vanuit de afgezaagde stomp door de levengevende  macht van de slang. In Engeland wordt kerstfeest gevierd door het Joelblok in het vuur te gooien, dat de vernietiging van Nimrod voorstelt, en de kerstboom is een symbool van de tak die uitspruit. De boom werd dan versierd als symbool van de wedergeboorte van de zonnegod. De oude gewoonte om de geboorte van de zonnegod te vieren met een sparrenboom is in bijna alle oude religies terug te vinden, zelfs bij de oude indiaanse culturen vna Zuid-Amerika. De offerdieren op die dag waren onreine dieren zoals het varken en de gans. Deze twee dieren zijn de hoofdgerechten tijdens het kerstfeest in Europese landen. De gans op het vasteland van Europa en de ‘Christmas-gammon’ (gerookte ham) hoofdzakelijk in Engeland. Andere vogels werden soms gebruikt in plaats van de gans, evenzo werden soms andere bomen gebruikt in  plaats van de sparrenboom als zij niet voorhanden waren in de betreffende landen.

De geboorte van Osiris viel samen met de hoogste en laagste stand van de zon in de zomer en winter, dat hing af op welk halfrond men was, en op die dag reed de zonnegod door de hemel op zijn strijdwagen. De zonnegod Helios reed dan door de hemel op zijn door paarden getrokken wagen zoals is afgebeeld in de grote fontein bij Versailles.

Op 25 december rijdt de kerstman door de lucht in zijn door rendieren getrokken wagen. Hij is geaccepteerd door zijn vriendelijke ronde uiterlijk zoals door Walt Disney geïntroduceerd, maar hij heeft dezelfde eigenschappen als de oude zonnegoden.

De oorsprong van Santa Claus: 4de eeuw: Historische bewijsmateriaal laat zien dat Sint Nicolaas nooit als mens heeft bestaan. Hij was eerder een verchristelijkte versie van verschillende heidense zeegoden – de Griekse god Poseidon, de Romeinse god Neptunus, en de Germaanse god Hold Nickar. In de eerste eeuwen van de Christelijke kerk, kregen veel heidense goden en godinnen een menselijk verleden en werden veranderd in christelijke heiligen. Toen de kerk de persoon van Sint Nicolaas creëerde, namen zij de titel van Poseidon ‘de zeeman’. Zij namen zijn laatste naam van Nickar. Verschillende tempels van Poseidon werden heiligdommen van Sint Nicolaas. (The Woman’s Encyclopedia of Myths and Secrets. 1983 blz. 725,726)

De theologie van de kerstman ligt in dezelfde lijn, omdat de kerstman, zoals de meeste kinderen wordt geleerd, dezelfde eigenschappen heeft als God.

  1. Hij is bijna overal aanwezig. Hij kan honderden miljoenen huizen in één nacht bezoeken.
  2. Hij is alwetend. Hij observeert ieder kind; hij ziet allen en weet alles; hij weet als ze goed of kwaad doen. Hij kan cadeaus voor honderden miljoenen kinderen maken, en ze in één nacht bezorgen en elk aan het juiste adres.
  3. Hij is de algoede, de rechtvaardige. Hij beoordeelt welke kinderen zich goed gedragen hebben en beloont ze daarnaar. Slechte kinderen worden overgeslagen of krijgen een straf.
  4. Hij is eeuwig.

(bron: De Waarheid Telt W.J.Veith)