GEESTELIJKE AFVAL EN REFORMATIE

Het is helaas een historisch feit dat, net als het oude Israël, het geestelijke Israël ook een moreel verval meemaakte en zich tot andere goden wendde. De beginselen van heidense zonaanbidding vonden hun weg in de kerk, en onder de leiding van de kerk van Rome werden zij zo belangrijk dat zij het ware evangelie van Jezus zouden vervalsen. (zie De wijn van Babylon). Gedurende de hele periode van geestelijke achteruitgang waren er mensen die zich met alle macht aan het woord van God vastklampten, maar zij werden steeds om hun geloof vervolgd.

Onder hen waren de Waldenzen die, nadat zij zich door de vervolging hadden teruggetrokken in de Alpen, zich volledig van de roomse kerk afscheidden. Het werk van Vigilantius Leo, die sterke oppositie voerde tegen de vele valse leerstellingen die door de kerk van Rome waren aangenomen, diende als een lichtbaken voor vele gelovigen. De Waldenzen waren een overblijfsel dat het licht van God brandend hield in een tijd van verschrikkelijke geestelijke neergang.

Zij werden zonder mededogen door katholieke leiders om hun geloof vermoord tijdens een reeks van campagnes die tegen hen gevoerd werd, in het bijzonder door d’Oppede in 1544, de Markies van Pianesse in 1655 en Gabriël van Savoye in 1686.

Het licht van de waarheid dat de Waldenzen en de Albigenzen verspreiden legde de fundering voor de reformatie.

In Engeland was John Wycliffe de boodschapper van de reformatie, en Hus en Jerome, aangevuurd door zijn geschriften, droegen de vlag van de hervorming in Bohemen. Hus kwam op de brandstapel terecht op 6 juli 1415 en Jerome op 30 mei 1416, maar de reformatie groeide tegen de verdrukking in.

 

Eén voor één ontdekten de grote hervormers de kostbare waarheid die verborgen was geraakt onder het puin van valse leer en bijgeloof. Gerechtigheid door het geloof en het al-verzoenend sterven van Jezus Christus en Zijn priesterlijk middelaarschap waren de hoekstenen van het geloof van de hervormers.

Veel van de onbijbelse leer, zoals verering van heiligen en relieken, de mis, het vagevuur, het celibaat, de vele sacramenten en geloof in traditie in plaats van het woord van God, werden verworpen. De protestantse hervormers waren vrijwel eensgezind in hun identificatie van het pauselijk systeem als ‘de mens der zonde‘, en hij werd aangewezen als ‘de kleine horen‘ uit Daniël 7.

Maarten Luther was één van de meest vooraanstaande hervormers die God gebruikte om de wereld uit de duisternis te roepen. Hij verkreeg veel licht, maar het volledige werk van de hervorming was niet aan hem alleen toevertrouwd. Anderen volgden en iedereen had een deel van de waarheid dat bij elkaar op een snelle manier geleid zou hebben naar het hart van het evangelie. Maar in plaats daarvan gingen de volgelingen van Luther, Calvijn, Knox, Wesley en andere grote hervormers vaak niet verder op de weg naar het licht van het evangelie dan hun leiders.

Zij zouden hun geloof zodanig vastleggen in een belijdenis dat aanvullend licht dat niet binnen hun geloofsbelijdenis paste, buitengesloten werd.

In plaats van een collectieve waarheid te vormen, resulteerde de reformatie in een massa verschillende denominaties, ieder met een deel van de waarheid, maar niet de hele waarheid. Satan had weer gewonnen. Gevangen in deze kooi van geloofsbelijdenissen verviel het protestantisme in formalisme en theoretische theologie, die de vlam van de reformatie doofde en de weg vrijmaakte voor wereldwijde geloofsafval.

De tegenwoordige golf van samenwerking tussen de kerken is niet gebaseerd op het evangelie, maar op sociaal gebied, dus is er niets dat de ‘hervormde kerken’ scheidt van Rome.

Het doel van de reformatie, het bekendmaken van het evangelie, wordt opnieuw beknot.

(bron:De Waarheid Telt W.J.Veith)