“Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven! Daarom zond de HEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.”

Om de Bijbelse kennis omtrent de boom des levens completer op een rij te hebben, nemen we de volgende verzen ook even mee; Openbaring 22: 2, 14

“In het midden van haar straat en aan de ene en aan de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.”

“Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.”

Gehoorzaamheid is de voorwaarde om van de boom te eten..  Overtreding van Gods eisen sloot Adam buiten de hof van Eden. Een vlammend zwaard werd rondom de boom des levens geplaatst, opdat de mens niet zijn hand zou uitsteken en door ervan te eten, de zonde onsterfelijk zou maken. Gehoorzaamheid aan al Gods geboden was de voorwaarde om te eten van de boom des levens. Adam viel door ongehoorzaamheid en verzaakte door de zonde elk recht op het gebruik van de levengevende vrucht van de boom midden in de hof, of van de bladeren ervan, die dienen tot genezing der volkeren. Gehoorzaamheid door Jezus Christus geeft de mens volmaaktheid van karakter en het recht op de boom des levens. De voorwaarden om weer van de vrucht van de boom te eten worden duidelijk onder woorden gebracht in het getuigenis van Jezus Christus aan Johannes; “Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens en zij door de poorten mogen ingaan in de stad”

 

(bron: Bijbelcommentaar E.G. White)