In dit derde en laatste deel over de zeventig-weken profetie gaan we nog dieper in op wat God, door Zijn engel, aan Zijn geliefde profeet Daniël, verkondigt heeft. Het eerste stukje over het chiasme is, eerlijk toegegeven, niet gemakkelijk. Maar het gaat er bij een chiasme om, dat een bepaalde volgorde in de tekst iets duidelijk maakt, zoals bijvoorbeeld een climax in de gebeurtenissen van de profetie, of de ware volgorde waarop de beschreven gebeurtenissen zullen plaats vinden. Maar laten we het voor nu niet ingewikkelder maken dan het al is..

Alleen de Heilige Geest kan openbaren, wat destijds door die zelfde Geest is geïnspireerd.

 

En na die twee en zestig weken  zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn; en een volk van de vorst dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn en vast besloten verwoestingen. En Hij zal velen het verbond versterken, één week; en op de helft van de week zal Hij het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde zal uitgestort worden over de verwoeste.
Daniël 9:26,27

Het chiasme is als volgt:
1 De Messias uitgeroeid
2 Het heiligdom vernietigd
3 De offerdienst beëindigd
4 De verwoester vernietigd

Vers 27 heeft nog een chiasme: “Hij…week…week… Hij”, wat nogmaals de rol van de Messias benadrukt. Samengevat zou men kunnen zeggen, dat de uitroeiing van de Messias een eind aan de offerdienst zal brengen (Hij is de vervulling ervan). Hij (de Messias) zou ook het verbond met Gods volk bevestigen door zijn offerdood in het midden van de week (3 1/2 jaar na 27 na Christus), de juiste tijd van Christus’ dood.

De verzen benadrukken ook het conflict tussen Christus en satan, die met zijn volgelingen het christendom tot het einde toe zal bestrijden. De belofte is echter dat de eindoverwinning aan Christus toekomt en dat de verwoester zijn straf zal krijgen aan het eind van de tijd.

Hij zal slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. Daniël 9:27

Door de dood van Christus aan het kruis veroorzaakte of bracht Hij de beëindiging van de offerdienst die naar Hem verwees tot stand. Paulus zegt dat duidelijker:

Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
1 Korintiërs 5:7

Daar het Pascha naar Christus verwees, werd het nu vervuld door Zijn dood. Pauls zegt in feite dat het hele systeem van offeranden werd uitgewist:

Door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen.
Kolossenzen 2:14

Toen Christus met luide stem riep “het is volbracht” deden de priesters dienst in de tempel. Het was het uur van het avondoffer en het Paaslam dat Christus voorstelde zou net gebracht worden.

En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven naar beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden. Matteüs 27:51

De offerdienst was met de kruisiging van Christus beëindigd. Het gordijn dat de twee vertrekken van de tempel scheidde werd van boven naar beneden in tweeën gescheurd, wat duidt op Goddelijk ingrijpen. De offers waren geëindigd; Christus had de offers doen ophouden.
Veel van de reformatoren zoals John Wycliffe, Maaten Luther en zelfs de wetenschapper Izaak Newton verbinden de 70ste week met de Messias. Het overige van de 7-jaars periode eindigde in 34 na Christus met de steniging van Stefanus (zie handelingen 7:59-8:4). Deze datum, 34 na Christus, markeerde het einde van de 70 weken of 490 jaren die voor Israël bestemd waren.

… om de overtreding te sluiten… en om de ongerechtigheid te verzoenen. Daniël 9:24

Vanaf die tijd zou het evangelie naar de heidenen gaan (of de wereld) door persoonlijke ambassadeurs uit alle volken; en Paulus, degene die instemde met de steniging van Stefanus werd de apostel voor de heidenen. Israël was niet langer de bewaarder van Gods waarheid.

Om terug te keren naar ons openingsvers,

Daniël 8:14, “tot 2300 dagen dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden (gereinigd)”,

merkten wij op dat het einde van de 2300-jaar periode van 457 voor Christus uit zou komen op 1844 na Christus. Wie deze openbaring begrijpen mag, zal ook beseffen dat het dienstwerk van onze Hogepriester in het Hemels Heiligdom al vanaf 1844 de allerlaatste fase ingegaan is. Wij leven in de eindtijd! De genadetijd bereikt zijn eind en Gods oordelen zullen spoedig over de aarde uitgegoten worden.. (Lees openbaring 15) Bereid u voor! 

 

(bron: De Waarheid telt W.J. Veith)