“En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u gebood: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven; dorens en distels zal hij voor u laten opkomen en u zult het gewas van het veld eten. In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren.” Genesis 3:17-19

De vloek over de gehele schepping Heel de natuur is in verwarring, want God maakte dat de aarde niet kon beantwoorden aan het doel waartoe Hij haar oorspronkelijk geschapen had. De goddelozen, zegt de Heere, hebben geen vrede. Gods vloek rust op de gehele schepping. Deze is ieder jaar duidelijker te voelen.

De eerste vloek werd over het nageslacht van Adam en over de aarde uitgesproken vanwege ongehoorzaamheid. De tweede vloek trof de aardbodem nadat Kaïn zijn broer Abel had gedood. De derde en zwaarste vloek van God trof de aarde bij de Zondvloed.

Het land heeft de vloek steeds zwaarder gevoeld. Voor de zondvloed maakte het eerste blad dat viel, dat zij, die God vreesden een groot verlies voelden. Ze treurden erover zoals wij treuren over het verlies van een vriend die gestorven is. In het dode blad zagen zij een bewijs van de vloek en van het bederg van de natuur.

De zonde van de mens heeft duidelijke gevolgen gebracht, misvorming en dood. Tegenwoordig is de hele wereld besmet, verdorven en getroffen met dodelijke ziekten. De aarde kreunt onder de voortdurende overtreding van haar inwoners.

De vloek van de Here rust op de aarde, op mens en dier, op de vissen der zee, en omdat de overtreding bijna universeel wordt, zal de vloek even veelomvattend worden als de overtreding.

Bewijzen van Gods voortdurende liefde. Na de overtreding van Adam had God elke opengaande knop en elke bloeiende bloem kunnen vernietigen, of hun geur die de zinnen streelt, kunnen wegnemen. In de aarde die besmeurd en mismaakt is door de vloek, in de dorens en distels, in het onkruid kunnen we de wet van veroordeling lezen; maar in de tedere kleuren en geur van de bloemen kunnen we de les leren dat God nog van ons houdt en dat Zijn barmhartigheid niet volledig aan de aarde is onttrokken.

God sprak tot Adam en tot al de nakomelingen van Adam: In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten; want van nu af moet de aarde bewerkt worden onder de druk van de overtreding. Ze zal dorens en distels voortbrengen. Er is op de aarde geen plaats waar het spoor van de slang niet zichtbaar is en waar zijn giftige beet niet wordt gevoeld. De gehele aarde is verontreinigd door haar inwoners. De vloek neemt toe naarmate de overtreding toeneemt.

Vermenging bracht giftige planten. In de hof des Heren werd geen enkele giftige plant gevonden, maar nadat Adam en Eva hadden gezondigd, ontsproten giftige kruiden. In de gelijkenis van de zaaier werd de vraag gesteld aan de Meester:
“Hebt Gij geen goed zaad in Uw akker gezaaid? Vanwaar heeft hij dan dit onkruid?” De Meester gaf ten antwoord: “Een vijand heeft dit gedaan.” Al het onkruid wordt gezaaid door de boze. Hij heeft elk giftig kruid gezaaid, en door zijn ingenieuze methoden van vermenging heeft hij de aarde met onkruid vervuld.

 

(bron: Bijbelcommentaar E.G. White)