HET ISRAËL VAN HET NIEUWE VERBOND

Toen de Joodse natie de Messias verwierp, ging het evangelie naar de Heidenen. Iedereen die zou geloven in de naam van Jezus zou geestelijk zaad van Abraham worden. (Galaten 3:16, Romeinen 4:16, Romeinen 9:3,8)

“Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” Galaten 3:29

De apostel Paulus spreekt over christenen als ‘het Israël van God’ (Galaten 6:16) en de ‘besnijdenis’ (Filippenzen 3:3). Het koninkrijk van God en de daarbij behorende verbondsbeloften zouden van de Joden afgenomen worden en aan het geestelijk Israël gegeven worden -zij die zouden toestaan dat Christus hen zou transformeren, hun karakter zou veranderen zoals bij Jacob.

“Daarom, Ik zeg u, dat het koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen.” Mattheüs 21:43,44

Jezus koos niet toevallig twaalf discipelen. Net zoals de twaalf aartsvaders de grondleggers waren van het oude Israël, zo zijn deze twaalf mannen de fundamenten van het nieuwe Israël aan wie God het koninkrijk beloofde. (Mattheüs 19:28, Lucas 22:30). De daaropvolgende keuze van de zeventig anderen volgt het beeld van de zeventig ouderlingen door Mozes gekozen uit het oude Israël (Numeri 11:16). Het werkelijke Israël van God is een overblijfsel gekozen door genade (Romeinen 11:15). Er is een prachtige continuïteit tussen het oude en het nieuwe Israël van God. In Romeinen 11:17-24, spreekt Paulus over de olijfboom die Israël voorstelt. De takken (de Joden) werden afgebroken door ongeloof en de wilde olijftakken (de heidenen) werden erop geënt  om door de boom te worden gevoed. De natuurlijke takken konden terug worden geënt als zij de voorwaarden accepteerden. God kijkt niet naar naties of naar individuen. Iedereen die zich tot Hem wendt wordt geaccepteerd. (Handelingen 10:34,35)

“Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen die Hem aanroepen.” Romeinen 10:12

“Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof in Christus Jezus.” Galaten 3:26

Het nieuwe Israël is de erfgenaam van Gods verbondsbeloften. Zij die Christus hebben geaccepteerd zijn het uitverkoren volk geworden, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk dat aan God toebehoort (vergelijk 1 Petrus 2:9,10 met Exodus 19:5,6). Zij werden gekozen om Gods wonderlijk licht aan de wereld te tonen            (1 Petrus 2:9, Mattheüs 28:19,20, Efeziërs 3:10). Het menselijk geslacht moet hoognodig worden gered. God verlangt vurig om te vergeven en te reinigen (Johannes 3:16, 1 Timoteüs 2:4).

Voortaan was het de rol van de kerk om het evangelie aan de wereld te verkondigen.

(bron:De Waarheid Telt W.J.Veith)