In het midden van de Hof van Eden groeide de boom des levens. De vruchten daarvan bezaten de kracht om het leven te laten voortduren. Als Adam aan God gehoorzaam was gebleven, had hij vrije toegang tot deze boom kunnen houden, en eeuwig hebben kunnen leven. Maar nadat hij gezondigd had, werd de toegang tot de boom des levens voor hem afgesloten. Hij werd aan de dood onderworpen. Het vonnis van God luidde;

u bent immers stof en u zult tot stof terugkeren

Dit betekent het volkomen verloren gaan van het leven.

Onsterfelijkheid was de mens beloofd op voorwaarde van gehoorzaamheid. Door hun overtreding hadden ze die verspeeld. Adam kon aan zijn nageslacht niet doorgeven, wat hij zelf niet bezat. En voor de gevallen mens zou er geen hoop geweest zijn – als God niet door het offer van Zijn Zoon de onsterfelijkheid weer binnen hun bereik zou hebben gebracht.

Zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood over alle mensen gekomen, in wie allen gezondigd hebben.

Hij heeft de dood tenietgedaan en het leven en de onvergankelijkheid (KJV:onsterfelijkheid) aan het licht gebracht door het Evangelie.

Romeinen 5:12 en 2 Timotheüs 1:10. Alleen door Christus kun je onsterfelijk worden. Jezus heeft gezegd:

Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien. (Johannes 3:36)

Ieder mens kan in bezit komen van deze onschatbare zegen, als hij of zij aan de voorwaarden voldoet:

Hun die met volharding het goede doen en daarin heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken … ontvangen … het eeuwige leven. Romeinen 2:7

De enige die Adam een leven in ongehoorzaamheid had beloofd, was de grote misleider. De slang zei tot Eva in de Hof van Eden: ‘U zult zeker niet sterven‘.

Dit was de eerste preek over de onsterfelijkheid van de ziel die ooit gehouden is.

Deze uitspraak, die uitsluitend gebaseerd is op het gezag van de satan, wordt toch vanaf bijna elke christelijke kansel verkondigd. En de meerderheid van de mensen nemen dit net zo makkelijk aan als onze eerste voorouders.

Het vonnis van God: ‘De ziel die zondigt, die zal sterven.‘ Ezechiël 18:20 wordt in betekenis verdraait.

Men zegt nu: ‘De ziel die zondigt, zal niet sterven, maar eeuwig leven.’

We kunnen ons alleen maar verbazen over de vreemde besmetting, die mensen de woorden van satan zo grif doet geloven. En die besmetting maakt ze ongelovig tegenover de woorden van God.

Als de mens na zijn val nog vrije toegang tot de boom des levens gehad zou hebben, zou hij eeuwig hebben doorgeleefd. Dan zou ook de zonde onsterfelijk zijn geworden. Maar cherubs met een vlammend zwaard bewaakten de toegang tot de boom des levens. Genesis 3:24. Niemand van Adams geslacht werd toegestaan, deze grens te passeren. Zo kon niemand deel krijgen aan deze leven gevende vruchten. En daardoor bestaan er nu ook geen onsterfelijke zondaars.

Maar na de val gebood de satan zijn engelen, om zich extra in te spannen, om het geloof in de natuurlijke onsterfelijkheid er bij de mensen in te stampen. En toen hij hen zo ver gekregen had, dat zij deze dwaling aannamen, moesten zijn engelen hen tot de slotsom brengen: Zondaren zullen na hun lichamelijke dood voor eeuwig in ellende moeten voortleven.

De vorst van de duisternis stelt, via zijn handlangers, God voor als een wraakzuchtige tiran. Hij beweert, dat God iedereen die Hem niet behaagt, in de hel gooit, en hen voor eeuwig Zijn toorn zal laten voelen. En terwijl zij ondraaglijke angsten uitstaan en in de eeuwige vlammen kronkelen, kijkt hun Schepper tevreden op hen neer.

Zo bekleedt de satan de Schepper en Weldoener van de mensheid met zijn eigen karaktertrekken. Wreedheid is satanisch. God is liefde. Alles wat Hij geschapen heeft was zuiver, heilig en liefelijk, totdat de eerste opstandeling de zonde in de wereld bracht. De satan zelf is de vijand, die de mens tot zonde verleidt. En als hij de kans krijgt, vernietigt hij zijn slachtoffers. En daarna beroemt hij zich over de val, die hij tot stand gebracht heeft. Als het hem zou worden toegestaan, sleepte hij heel de mensheid in zijn netten mee.

Als God met Zijn macht niet tussenbeide was gekomen, zou geen enkele zoon of dochter van Adam kunnen ontsnappen.

(bron: er staat geschreven)