“Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” 1 Johannes 2:15-17

Ruimte tussen de ziel en Jezus

Zij die steeds dichter naar de wereld neigen en steeds meer daaraan gelijk worden in gevoelens, in plannen en in gedachten, laten toe dat er ruimte komt tussen hen en de Heiland en Satan heeft zijn weg gezocht in deze ruimte en lage, wereldsgezinde, zelfzuchtige plannen worden in hun leven vervlochten.

Zoals zij, die de wereld liefhebben, godsdienst ondergeschikt maken aan de wereld, eist God van degenen die Hem aanbidden, dat zij de wereld ondergeschikt maken aan de godsdienst. De dingen van deze wereld die vergaan door gebruik, mogen niet het eerst in aanmerking komen; zij zijn niet de gouden munteenheid van de hemel. God heeft er Zijn beeld en Zijn opschrift niet op aangebracht.