Bewustzijn in de dood?

Op de fundamentele dwaling van de natuurlijke onsterfelijkheid van de ziel berust ook de leerstelling, dat de mens in de dood bewustzijn kent. Het is een leer die, net als de eeuwige straf, ingaat tegen de leer van de Bijbel. Maar ook tegen de wetten van ons verstand, en tegen ons menselijk gevoel. Volgens het volksgeloof zijn de verlosten in de hemel op de hoogte van alles wat op aarde gebeurt; en in het bijzonder van het leven van de vrienden die zij hebben achtergelaten.

Maar hoe zouden zielen in de hemel vreugde kunnen hebben, als zij de moeilijkheden van de levenden zouden kennen? Of wanneer zij getuige zouden zijn van de zonden, die hun geliefden begaan? Hoe zouden ze blij kunnen zijn, wanneer zij hen gebukt zien gaan onder alle verdriet, teleurstellingen en angst van het leven? Hoe zouden zij ooit van de gelukzaligheid in de hemel kunnen genieten, wanneer zij boven hun vrienden op aarde zweven?

En hoe weerzinwekkend is het niet, te geloven, dat op het moment dat de levensadem het lichaam verlaat, de ziel van onboetvaardige mensen in de vlammen van de hel worden gegooid! Wat moeten mensen dan in hemel voor zielensmart doormaken, als zij hun vrienden onvoorbereid naar hun graf zien gaan, om een eeuwigheid vol ellende en zonde tegemoet te gaan! Er zijn veel mensen door deze schokkende gedachte tot waanzin gedreven.

Wat zegt de Bijbel hierover?

David zegt, dat de mens in de dood geen bewustzijn heeft.

Zijn geest verlaat hem, hij keert terug tot zijn aardbodem; op die dag vergaan zijn plannen (gedachten, KJV) Psalm 146:4

Salomo schrijft hetzelfde:

Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun gedachtenis is vergeten. Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt. Want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat. Prediker 9:5,6,10

Toen het leven van Hizkia, als antwoord op zijn gebed, met vijftien jaar verlengd werd, bracht de dankbare koning een loflied aan God voor Zijn grote barmhartigheid. In dit lied vertelt hij de reden, waarom hij zo blij is:

Immers, het graf zal U niet loven, de dood U niet prijzen; wie in de kuil neerdalen, zullen op Uw waarheid niet hopen. De levende, de levende, hij zal U loven, zoals ik vandaag. De vader zal zijn kinderen met Uw waarheid bekendmaken. Jesaja 38:18,19

De populaire theologie stelt de doden voor, alsof ze in de hemel zijn. Ze zijn de gelukzaligheid ingegaan en loven God met hun onsterfelijke tong. Maar Hizkia zag in de dood niet zo’n heerlijk vooruitzicht. Deze Psalmverzen zijn in overeenstemming met zijn woorden;

Want in de dood wordt aan U niet gedacht, wie zal U loven in het graf? Psalm 6:6

De doden zullen de HEERE niet prijzen, evenmin wie in stilte neergedaald zijn          Psalm 115:17

Petrus zei op die bewuste Pinksterdag:

Mannen broeders, het is mij toegestaan over de aartsvader David vrijuit tegen u te zeggen dat hij én gestorven én begraven is, en dat zijn graf tot op deze dag onder ons is. David is immers niet opgevaren naar de hemelen. Handelingen 2:29,34

Het feit, dat David in zijn graf blijft tot aan de wederopstanding, bewijst dat de rechtvaardigen bij hun dood niet naar de hemel gaan. Alleen via de wederopstanding, en vanwege het feit dat Jezus is opgestaan, kan David uiteindelijk aan de rechterhand van God zitten.

En Paulus heeft gezegd;

Immers, als de doden niet opgewekt worden, is ook Christus niet opgewekt. En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos, u bent dan nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren. 1 Korinthe 15:16-18

Stel dat de rechtvaardigen al vierduizend jaar lang direct bij hun dood naar de hemel zouden zijn gegaan. Hoe kan Paulus dan ooit zeggen: Als er geen wederopstanding is, ben je verloren? Wanneer mensen bij hun dood meteen naar de hemel gaan, is er immers helemaal geen wederopstanding nodig.