De martelaar Tyndale zei over de staat van de doden;

“Ik belijd hier openlijk, dat ik er niet van overtuigd ben, dat zij al in de volle heerlijkheid zijn, waar Christus is, of waar de uitverkoren engelen van God zijn. Dat is geen geloofsleerstelling van mij. Want als dat zo zou zijn, zou de verkondiging van de wederopstanding des vlezes zinloos zijn.” -William Tyndale, Preface to the New Testament 1534

Het is een onweerlegbaar feit, dat de hoop op onsterfelijke gelukzaligheid vanaf het moment van sterven ertoe heeft geleid, dat de Bijbelse leer over de wederopstanding op grote schaal is genegeerd. Over deze trend heeft Dr. Adam Clarke het volgende gezegd;

“De leer van de wederopstanding was onder de oorspronkelijke christenen veel belangrijker dan nu! Hoe is dat mogelijk? De apostelen hielden er standvastig aan vast. En zij spoorden met deze leer de volgelingen van God aan tot ijver, gehoorzaamheid en opgewektheid. En hun opvolgers van vandaag hebben het er nauwelijks over! De apostelen predikten het ene, en de oorspronkelijke christenen geloofden het. En wij preken het andere, en onze toehoorders geloven ons. In het hele evangelie is er geen leerstelling, waar zoveel aandacht aan wordt besteed. En in ons huidige preekrooster is er geen leerstelling, die méér verwaarloosd wordt als deze.” Commentary, bij 1 Korinthe 15:3

Dit proces is net zo lang doorgegaan, tot de heerlijke waarheid van de wederopstanding bijna volledig verborgen is geraakt. De christelijke wereld heeft haar bijna helemaal uit het oog verloren. En dus schrijft een toonaangevend christelijk auteur in een commentaar op 1 Thessalonicenzen 4:13-18;

“De leer is veranderd, door de praktijk om mensen troost te kunnen bieden. De leer van de zalige onsterfelijkheid van de rechtvaardigen is in de plaats gekomen van al die twijfelachtige leerstellingen over de tweede komst van onze Heer. Voor ons komt de Heer bij onze dood. Dáár moeten we vol verwachting naar uitzien. De doden zijn allang de heerlijkheid binnengegaan. Ze wachten niet op de bazuin, om het oordeel of de gelukzaligheid te ontvangen.”

“Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken”

Toen Jezus op het punt stond, Zijn discipelen te verlaten, zei Hij niet, dat zij spoedig bij Hem zouden komen. Hij zei:

Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan zal zijn en plaats voor u gereedgemaakt zal hebben, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen. Johannes 14:2,3

En Paulus vertelt ons verder;

Want de Heere Zelf zal met een geroep, met een stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd met de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden.                        1 Thessalonicenzen 4:16-18

Wat een tegenstelling tussen deze troostvolle woorden en die van vele predikanten, die alverzoening leren. Die achter gebleven familie en vrienden troosten met de verzekering, hoe zondig de overledene ook geweest mocht zijn, hij bij het uitblazen van zijn laatste adem door engelen wordt ontvangen. Paulus wijst zijn broeders en zusters op de toekomstige verschijning van de Heer.

Dan zullen de banden van het graf worden verbroken. En de ‘doden die in Christus zijn’ zullen opgewekt worden tot het eeuwige leven.