“En Jezus zei tegen hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En meteen werd hij weer ziende en volgde Jezus op de weg.” Markus 10:52

Sommigen die ogen hebben, zien niets!

Alleen als een zondaar de behoefte aan een Zaligmaker beseft, gaat zijn hart uit naar Hem die hem kan helpen. Toen Jezus rondging onder de mensen, waren het de zieken die een heelmeester nodig hadden. De armen, beproefden en verslagenen volgden Hem om hulp en troost te ontvangen die zij nergens anders konden vinden.

De blinde Bartiméüs wacht aan de kant van de weg; hij heeft lang gewacht om Jezus te ontmoeten. Menigten van mensen die zien kunnen, gaan voorbij, af en aan, maar zij koesteren geen verlangen om Jezus te zien. Eén blik van geloof zou Zijn liefdevol hart beroeren en hun zegeningen van genade brengen; maar zij kennen de ziekte en armoede van hun hart niet en voelen geen behoefte aan Christus.

“Zoon van David, heb medelijden met mij!”

Met de arme blinde is het anders gesteld. Zijn enige hoop ligt bij Jezus. Terwijl hij wacht en oplet, hoort hij de voetstappen van vele mensen en begerig vraagt hij: “Wat betekent dit lawaai van reizigers?” De omstanders geven ten antwoord: “Jezus van Nazareth gaat voorbij”. Met het vuur van intens verlangen roept hij uit: “Zoon van David, heb medelijden met mij!” Deze bede wordt gehoord.

Hij ziet in Christus zijn Verlosser en de Zon der Gerechtigheid schijnt in zijn hart.

Allen die zich bewust zijn van hun behoefte aan Christus zoals de blinde Bartiméüs en die even ernstig en vastbesloten zijn als hij dat was, zullen net als hij de zegen waarnaar zij hunkeren ontvangen. De beproefden en lijdenden die Christus als hun Helper zochten, werden bekoord door Zijn goddelijke volmaaktheid, de schoonheid en heiligheid die in Zijn karakter naar voren kwam.

Maar de Farizeeën konden in Hem geen schoonheid ontdekken dat zij Hem zouden begeren. Zijn eenvoudige kleding en nederig leven, wars van uiterlijk vertoon, kwam hen voor als een wortel uit dorre aarde.