De grote strijd

De hele mensheid is nu betrokken bij een grote strijd tussen Christus en satan aangaande het karakter van God, Zijn wet en Zijn heerschappij over het universum. Dit conflict begon in de hemel, toen een geschapen wezen, begiftigd met de vrijheid van keuze, in zelfverheffing tot satan, Gods tegenstander, werd en een deel van de engelen tot opstand aanzette.

Hij bracht de geest van opstand deze wereld in toen hij Adam en Eva tot zonde verleidde. Deze zonde van de mens had de vervorming van het beeld Gods in het mensdom tot gevolg. Dit leidde tot wanorde binnen de geschapen wereld en de uiteindelijke vernietiging daarvan ten tijde van de wereldomvattende zondvloed.

Ten aanschouwen van de hele schepping werd deze wereld het strijdperk van het alomvattende conflict. Daarin zal God uiteindelijk als een God van liefde in het gelijk worden gesteld. Om Zijn volk in deze strijd bij te staan, zendt Christus de Heilige Geest en getrouwe engelen om hen te leiden, te beschermen en te ondersteunen op de weg des heils.

“En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal u de kop vermorzelen,
en u zult Het de hiel vermorzelen.” Genesis 3:15

“Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” Efeze 6:12

“En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen. Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.” (Openbaring 12:4-9)

“Hoe bent u uit de hemel gevallen,
morgenster, zoon van de dageraad!
U ligt geveld op de aarde,
overwinnaar over de heidenvolken!
En ú zei in uw hart:
Ik zal opstijgen naar de hemel;
tot boven Gods sterren
zal ik mijn troon verheffen,
ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting
aan de noordzijde.
Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten,
ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste.”

(Jesaja 14:12-14)

“Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.” Romeinen 8:19-22

“Daardoor is de wereld die er toen was, vergaan, overspoeld door het water.” 2 Petrus 3:6

“Want ik denk dat God ons, de laatste apostelen, heeft tentoongesteld als mensen die ter dood veroordeeld zijn. Wij zijn immers een schouwspel geworden voor de wereld en voor engelen en voor mensen.” 1 Korinthe 4:9

“Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?” Hebreeën 1:14

 

 

Voor verdere studie kunt u lezen in: Ezechiël 28:12-18 – Genesis 3  6 7 & 8- Romeinen 1:19-32, 5:12-21