“Denk er toch aan: wie is ooit als onschuldige omgekomen,
en waar zijn er ooit oprechten uitgeroeid?
Maar zoals ik gezien heb: zij die onrecht ploegen
en moeite zaaien, oogsten dat ook.
Door de adem van God komen zij om,
en door het blazen van Zijn neus worden zij vernietigd.” Job 4:7-9

Rampen geen aanwijzing van zonden

Het is voor mensen heel natuurlijk om te menen dat grote rampen een duidelijke aanwijzing zijn van grove misdaden en enorme zonden; maar mensen maken vaak een vergissing als ze op deze wijze het karakter afmeten. We leven niet in een tijd van vergeldend oordeel. Goed en kwaad zijn vermengd, en allen worden door rampen getroffen. Soms overschrijden mensen de grens van Gods beschermende zorg en dan oefent Satan zijn macht over hen uit terwijl God niet tussenbeide komt. Job werd zwaar beproefd en zijn vrienden probeerden hem te doen erkennen, dat zijn lijden het gevolg was van de zonde, waardoor hij zich onder Gods vonnis bevond. Zij stelden zijn geval voor als dat van een groot zondaar, maar de Here bestrafte hen omdat ze Zijn getrouwe dienstknecht veroordeelden.

Jobs vrienden stelden God onjuist voor

Er is boosheid in onze wereld, maar niet alle lijden is het gevolg van een verkeerde handelwijze. Job wordt ons duidelijk getoond als een man die onder Gods toelating door Satan werd verzocht. De vijand ontnam hem alles wat hij bezat; zijn gezinsbanden werden verbroken; zijn kinderen werden hem ontnomen. Een tijdlang was zijn lichaam bedekt met afschrikwekkende zweren, en hij leed erg. Zijn vrienden kwamen om hem te troosten, maar ze trachtten hem te doen beseffen dat hij door een zondige leefwijze verantwoordelijk was voor zijn beproevingen. Hij verdedigde zich echter en loochende de aanklacht met de woorden; Gij zijt armzalige vertroosters. Doordat ze probeerden hem ertoe te brengen zich schuldig te zien in Gods oog, zodat hij Gods straf verdiende, legden zij een zware beproeving op zijn schouders en stelden God in een verkeerd daglicht; maar Job week niet van zijn trouw en God beloonde Zijn getrouwe dienstknecht.