De Tijd der Benauwdheid

In de vorige Studie Bijbelse Profetieën eindigden we met de luide stem die Johannes tijdens een visioen uit de hemel hoorde. “Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.” Openbaring 12:12 We gaan vandaag verder met de vraag;

Zal God Zijn kinderen vergeten in de beproevingen die komen gaan?

Zal God Zijn kinderen in die beproevingen vergeten? Vergat Hij de trouwe Noach toen Hij de wereld van vóór de zondvloed verwoestte? Vergat Hij Lot toen het vuur uit de hemel neerdaalde om de steden van de vlakte te vernietigen? Vergat Hij Jozef toen hij woonde temidden van de afgodendienaars van Egypte? Vergat Hij Jeremia in zijn donkere put? Vergat Hij de jongelingen in de vurige oven? Of Daniël in de leeuwenkuil?

“Maar Sion zegt: De Here heeft mij verlaten en de Here heeft mij vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet. Zie, Ik heb u in Mijn handpalmen gegrift.” Jesaja 49:14-16

De Here der heerscharen heeft gezegd:

“Wie u aanraakt, raakt Mijn oogappel aan.” Zacharia 2:8

Hij die al hun zwakheden kent, staat boven alle aardse machten

Ook al werpen hun vijanden hen in de gevangenis, de gevangenismuren zijn niet dik genoeg om het contact tussen hen en Christus te verbreken. Hij die al hun zwakheden kent, staat boven alle aardse machten. Ze zullen door engelen worden bezocht in hun eenzame cellen en zij zullen hen licht en vrede uit de hemel brengen. De gevangenis zal als een paleis zijn, want het is de verblijfplaats van hen die rijk zijn in het geloof. De sombere muren zullen met een hemels licht worden beschenen zoals toen Paulus en Silas in de nacht gebeden tot God richtten en lofliederen zongen in de gevangenis te Filippi.

 

Gods oordelen zullen komen over hen die Zijn volk willen verdrukken en doden. De goddelozen volharden in hun overtreding omdat God geduldig is, maar ze zullen zwaar gestraft worden omdat de straf zó lang is uitgesteld.

“Want de HERE zal opstaan, zoals op de berg Parasim; Hij zal in beweging komen, zoals in het dal bij Gibeon, om Zijn werk te doen, – vreemd zal Zijn werk zijn; en om Zijn daad te verrichten, – ongewoon zal Zijn daad zijn.” Jesaja 28:21

Het voltrekken van die straf is voor onze barmhartige God een vreemde daad.

“Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze.” Ezechiël 33:11

De Here is ‘barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw … Hij vergeeft overtreding, ongerechtigheid en zonde’. Maar ‘de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig’. 

“De HERE is lankmoedig, doch groot van kracht, en de HERE laat geenszins ongestraft.”

God straft wanneer de maat van hun ongerechtigheid vol is

(Exodus 34:6,7 en Nahum 1:3) Door zware, maar rechtvaardige straffen zal God het gezag van Zijn overtreden wet herstellen. Dat de straf die de overtreders te wachten staat zwaar zal zijn, blijkt uit het feit dat God het vonnis met tegenzin zal voltrekken. De mensen die Hij zó lang heeft geduld en die Hij pas zal straffen wanneer ze ‘de maat van hun ongerechtigheid’ vol hebben gemaakt, zullen tenslotte ‘de beker van de gramschap Gods’ ongemengd moeten drinken.

Wanneer het middelaarschap van Christus in het hemelse heiligdom ten einde is, zal de ongemengde gramschap van God over allen die het beest en zijn beeld aanbidden en zijn merkteken ontvangen (Openbaring 14:9,10), worden uitgestort.

“En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.”

De plagen die over Egypte kwamen toen God Israël  zou verlossen, waren van dezelfde aard als de nog verschrikkelijkere en algemenere oordelen die de wereld kort vóór de uiteindelijke verlossing van Gods volk zullen treffen. De ziener van Patmos zegt in zijn beschrijving van deze vreselijke plagen:

“Er kwam een boos en kwaadaardig gezwel aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.”

“En de zee, werd als bloed van een dode, en alle levende wezens, die in de zee waren, stierven.”

“En de rivieren en waterbronnen … werden bloed.”

Hoe verschrikkelijk deze plagen ook zijn, Gods vonnis is rechtvaardig!

In de volgende Studie Bijbelse Profetieën gaan we hiermee verder. Wordt vervolgd … Voor wie meer wilt weten over het merkteken van het beest. Zie onderstaande link.

https://www.eendagelijkseopenbaring.nl/2018/01/02/merkteken-beest-12/