In steenachtige plaatsen

“De op steenachtige plaatsen gezaaide is hij, die het Woord hoort en het terstond met blijdschap aanneemt; maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer er echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het Woord, komt hij terstond ter val.”

Zij hebben de enorme grootte van de zonde niet gezien en het hart is niet verootmoedigd door het besef van schuld. Dit soort mensen kan gemakkelijk worden overtuigd en het mag schijnen dat zij goede bekeerlingen zijn, maar hun godsdienst is oppervlakkig.

Zodra Gods Woord in het hart komt, wil God dat wij het aannemen.

“In de hemel zal vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert.”

Maar zij, van wie in de gelijkenis wordt gezegd dat zij het Woord terstond aannemen, houden geen rekening met de kosten. Zij overwegen niet wat Gods Woord van hen eist. Zij brengen het niet in hun leefgewoonten tot uiting en geven er zich niet volledig aan over. De hoorders van de steenachtige grond vertrouwen op zichzelf in plaats van op Christus. Zij vertrouwen op hun goede werken en impulsen en voelen zich sterk in hun eigen gerechtigheid. Zij zijn niet krachtig in de Here en in de sterkte van Zijn macht.

Velen aanvaarden het evangelie als een middel om aan het lijden te ontkomen in plaats van als een bevrijding van de zonde. Als Gods Woord hen wijst op een of andere geliefkoosde zonde of zelfverloochening of offer eist, komen zij ten val. Zij zien op de huidige ongemakken en beproevingen en vergeten de eeuwige werkelijkheden.

Hun verlangen om Zijn wil te doen berust op hun eigen neiging, niet op de diepgaande overtuiging van de Heilige Geest. Hun leven wordt niet in harmonie gebracht met Gods wet. Zij belijden dat Christus als hun Heiland hebben aanvaard, maar geloven niet dat Hij hun kracht zal geven hun zonden te overwinnen.

Velen voelen dat zij van God vervreemd zijn en beseffen dat zij gebonden zijn aan hun eigen-ik en aan de zonde. Zij spannen zich in om zich te veranderen, maar zij kruisigen hun eigen-ik niet.

De enige hoop voor deze mensen is dat zij de Waarheid van Christus’ woorden aan Nicodemus beseffen:

“Gij moet wederom geboren worden.Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.”

Christus vraagt om een onvoorwaardelijke toewijding, om een onverdeelde dienst. Hij vraagt het hart, het verstand, de ziel en de kracht. Wie voor zichzelf leeft is geen christen.

Niemand zal worden gered door alleen maar een theoretische kennis van de Waarheid of een belijdenis dat hij een discipel is. Wij zijn niet van Christus tenzij wij Hem volkomen toebehoren. Het pogen om zowel zichzelf als Christus te dienen maakt van iemand een toehoorder van de steenachtige grond en zo iemand zal geen stand kunnen houden als hij beproefd wordt.

Onder de doornen

“De in de dorens gezaaide is hij, die het Woord hoort en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het Woord en hij wordt onvruchtbaar.”

Het zaad van het evangelie valt vaak onder dorens en giftig onkruid. Als er geen zedelijke verandering is in het menselijke hart, als oude gewoonten en gebruiken en het vroeger leven in de zonde niet wordt nagelaten, als Satans eigenschappen niet uit het hart worden gebannen, zal de tarweoogst verstikken. De mensen kunnen wel zeggen dat zij het evangelie geloven, maar als zij niet geheiligd worden door het evangelie heeft hun belijdenis geen zin. Als zij niet de overwinning behalen over de zonde, zal de zonde hen overwinnen. De dorens die wel afgesneden, maar niet uitgeroeid zijn, blijven groeien tot de ziel daardoor overwoekerd is. Alles wat de aandacht aftrekt van God, wat de genegenheid aftrekt van Christus, is een vijand voor de ziel. 

Zorgen, rijkdom, vermaak, al deze dingen worden door Satan gebruikt bij het levensspel om de menselijke ziel. De waarschuwing wordt vernomen:

“Heb de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en hovaardig leven, is niet uit de Vader maar uit de wereld.”

Voorbereiding van de grond

In de gelijkenis van de zaaier zegt Christus dat de verschillende resultaten van het zaaien afhankelijk zijn van de grond. Steeds zijn de zaaier en het zaad dezelfde. Zo leert Hij dat wanneer Gods Woord zijn doel niet bereikt in ons hart en leven, de oorzaak bij onszelf gezocht moet worden. Maar de gevolgen zijn niet buiten ons bereik. Het is waar dat wij onszelf niet kunnen veranderen, maar wij hebben de macht om te kiezen en het is onze zaak te bepalen wat wij willen worden.