Vervolgens nam Mozes van de zalfolie en van het bloed dat op het altaar was, en sprenkelde het op Aäron, op zijn kleding, ook op zijn zonen en op de kleding van zijn zonen. Zo heiligde hij Aäron, zijn kleding, en met hem zijn zonen en de kleding van zijn zonen.
Mozes zei tegen Aäron en tegen zijn zonen: Kook het vlees bij de ingang van de tent van ontmoeting en eet het daar mét het brood in de mand van het wijdingsoffer; zoals ik geboden heb toen ik zei: Aäron en zijn zonen moeten dat eten.
Maar wat er overblijft van het vlees en het brood, moeten jullie met vuur verbranden.

Zondoffer van de dienstdoende priester

De zonden van het volk werden zinnebeeldig overgedragen op de dienstdoende priester, die een middelaar voor het volk was. De priester kon zelf geen offerande worden voor de zonde, en met zijn leven verzoening doen, want hij was zelf ook een zondaar. In plaats van zelf de dood te ondergaan, doodde hij een vlekkeloos lam; de straf van de zonde werd overgedragen op het schuldeloze dier, dat zo zijn directe plaatsvervanger werd, en een zinnebeeld was van het volmaakte offer van Jezus Christus. Door het bloed van dit slachtoffer zag de mens in geloof vooruit naar het bloed van Christus, Die verzoening zou doen voor de zonden van de wereld.