De HEERE was met Josafat, want hij ging in de vroegere wegen van zijn vader David, en hij zocht de Baäls niet,
maar hij zocht de God van zijn vader, en ging in Zijn geboden, en deed niet zoals Israël deed.
De HEERE bevestigde het koningschap in zijn hand, en heel Juda gaf Josafat geschenken. Hij had rijkdom en eer in overvloed.
Vastberaden ging hij in de wegen van de HEERE, en ook nam hij de offerhoogten en de gewijde palen uit Juda weg.

Gehoorzaamheid heeft Gods gunst als gevolg

Gehoorzaamheid aan de Heer wordt altijd gezegend, en een getrouw volbrengen van de juiste beginselen zal het goddelijk stempel dragen; maar de Here wordt onteerd wanneer zij, die als rentmeesters aangesteld zijn over Gods kudde, een boos werk steunen en goedkeuren. Uiterlijke tekenen als vasten en bidden, zonder een verbroken en nederige geest, hebben in Gods oog geen waarde. Een innerlijk werk van genade is noodzakelijk. Ootmoed van ziel is nodig. Daar let God op. Hij zal hen, die hun hart voor Hem verootmoedigen, genadig aannemen. Hij zal hun smeekbeden horen en hun afdwalingen genezen.