De heiligmaking waar de Bijbel over spreekt heeft betrekking op de hele mens, geest, ziel en lichaam. Hier vinden we de enige juiste gedachte van volkomen toewijding. Paulus bidt dat de gemeente in Thessalonica deze zegen zal ervaren.

“De God des vredes zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worde onberispelijk bewaard tot de komst van onze Heer Jezus Christus.”
1Thes. 5:23

In de godsdienstige wereld bestaat een gedachte over heiligmaking die onjuist is, en die een gevaarlijke invloed heeft. In vele gevallen bezitten zij, die beweren geheiligd te zijn, niet de ware heiligmaking. Hun heiligmaking bestaat uit praten en het dienen van de eigen ik. Zij, die werkelijk zoeken naar een volmaakt christelijk karakter, zullen nooit de gedachten koesteren dat ze zondeloos zijn. Hun leven mag zonder blaam zijn, ze mogen levende getuigen zijn van de waarheid die ze hebben aanvaard, maar hoe meer ze hun geest oefenen zich te richten op het karakter van Christus, hoe meer ze gelijken op Zijn goddelijk beeld, des te helderder zullen ze Zijn vlekkeloze volmaaktheid ontdekken, en des te meer zullen ze zich bewust zijn van hun eigen gebreken.

Wanneer mensen beweren geheiligd te zijn, geven ze overvloedige bewijzen dat ze nog ver van die toestand verwijderd zijn. Ze zien hun eigen zwakheid en leegheid niet. Ze denken dat ze het beeld van Christus weerkaatsen, omdat ze Hem niet werkelijk kennen. Hoe groter de afstand is tussen hen en hun Heiland, des te rechtvaardiger zijn ze in eigen ogen. Terwijl we boetvaardig en in nederig vertrouwen stilstaan bij het leven van Jezus, die door onze zonden werd doorboord en met onze zorgen werd belast, kunnen we leren in Zijn voetstappen te gaan. Door op Hem te zien worden we veranderd naar het goddelijk voorbeeld. En wanneer dit werk in ons plaatsvindt, zullen we ons niet beroemen op onze gerechtigheid, maar we zullen Jezus Christus verheffen, door in onze hulpeloosheid aanspraak te maken op Zijn verdiensten.