Velen die voorgeven geheiligd te zijn, weten niets van het werk van genade aan hun harten. Wanneer ze op de proef gesteld en getest worden, zijn ze als de zelfgerechtigde Farizeeër. Ze dulden geen tegenspraak. Ze schakelen verstand en beoordeling uit, en vertrouwen volledig op hun gevoel, terwijl ze hun aanspraken op heiligmaking baseren op gevoelens die ze eenmaal hebben bespeurd in hun leven. Ze zijn koppig en verdorven in het vasthouden van hun aanspraken op heiligheid. Ze gebruiken veel woorden, maar dragen geen kostelijke vruchten als bewijs daarvan. Deze zogenaamde geheiligde personen bedriegen niet alleen zichzelf door hun pretentie, maar ze oefenen ook een verderfelijke invloed uit op hen, die ernstig verlangen te leven naar de wil van God. Men kan hen steeds weer horen zeggen: “God leidt mij! God onderricht mij! Ik leef zondeloos!” Velen, die in aanraking komen met deze geest, ervaren iets duisters en geheimzinnigs, wat ze niet kunnen begrijpen. Maar dit alles heeft niets van het voorbeeld van Christus, het enige juiste Voorbeeld!

Bijbelse heiligmaking bestaat niet uit de sterke emoties. Hierdoor worden velen op een dwaalspoor gebracht. Ze richten zich naar hun gevoel. Als ze zich gelukkig en verheven voelen, beweren ze geheiligd te zijn. Blijde gevoelens ofwel de afwezigheid van blijdschap zijn niet het bewijs dat iemand al dan niet geheiligd is. Onmiddellijke heiligmaking bestaat niet. Ware heiligmaking is een dagelijks werk, dat voorgaat zolang men leeft. Zij, die met dagelijkse verzoekingen hebben te kampen, die hun zondige neigingen overwinnen, en naar heiligheid van hart en leven zoeken beroemen zich niet op heiligheid. Ze hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Zonde komt hen als weerzinwekkend voor.

Er zijn er die beweren geheiligd te zijn en die geloofsbelijdenis te doen precies als hun broeders. Het kan moeilijk zijn onderscheid te maken tussen groepen, maar toch bestaat er een verschil. Het getuigenis van hen, die zich beroemen op zo’n verheven ervaring, zorgt ervoor dat de lieflijke geest van Christus zich terugtrekt uit een vergadering en dat er een verkillende op de aanwezigen ontstaat. Zouden ze werkelijk zondeloos leven, dan zou hun aanwezigheid heilige engelen in de vergadering brengen, en hun woorden zouden echt als

“Gouden appels op zilveren schalen zijn.” Spr. 25:11