Daniël werd aan de zwaarste verzoekingen onderworpen, die ook onze hedendaagse jeugd kunnen treffen. Toch bleef hij trouw aan het godsdienstig onderricht, dat hij in zijn jeugd had ontvangen. Hij was omringd door invloeden, die bedoeld waren om hen, die weifelden tussen beginsel en toegeving, mee te slepen. Niettemin stelt Gods Woord hem voor als iemand met een vlekkeloos karakter. Daniël durfde niet op eigen morele kracht te vertrouwen. Voor hem was het gebed een noodzaak. Hij maakte God tot zijn sterkte, en de ‘vreze Gods’ was voortdurend vóór hem in alles wat hij deed.

Daniël bezat een ware ootmoedigheid. Hij was oprecht, standvastig en edel. Hij probeerde met ieder in vrede te leven, hoewel hij even onbuigzaam was als de trotse ceder wanneer het ging om beginselen. In alles wat niet in strijd kwam met zijn trouw aan God, toonde hij eerbiedig een gehoorzaam aan hen, die boven hem stonden. Hij was zich echter zo sterk bewust van de eisen die God stelde, dat hij de geboden van de aardse heersers daaraan ondergeschikt maakte. Hij wilde door geen enkele zelfzuchtige gedachte van zijn plicht afgebracht worden.

Het karakter van Daniël wordt de wereld getoond als een treffend voorbeeld van wat Gods genade kan doen voor iemand, die door de zonde besmet is. Het verslag van zijn edel, zelfverloochenend leven is een bemoediging voor ons. Hieruit verkrijgen we kracht om moedig weerstand te bieden aan de verleiding, en vastbesloten, in een ootmoedige geest, pal te staan voor het recht, ook onder de zwaarste beproeving.