“Onthoudt u van vleselijke begeerten, welke strijd voeren tegen de ziel”
1 Petrus 2:11

Zo luidt de raad van de apostel Petrus. Velen beschouwen deze tekst als een waarschuwing tegen losbandigheid alleen, maar ze heeft een diepere strekking. Hier wordt elk schadelijk toegegeven aan eetlust of hartstocht bedoelt. Laat niemand, die belijdt godsdienstig te zijn, de gezondheid van het lichaam verwaarlozen, en zichzelf geruststellen met de gedachte dat onmatigheid geen zonde is en niets met het geestelijk leven te maken heeft. Er bestaat een nauwe band tussen de fysieke en morele natuur. Een gewoonte die niet de gezondheid bevordert, verlaagt de edeler eigenschappen. Verkeerde gewoonten in eten of drinken voeren tot dwaling in gedachten en daden. Het toegeven aan de eetlust versterkt de dierlijke eigenschappen, en maakt dat ze de mentale en geestelijke krachten overheersen.

Iemand die zelfzuchtig en gulzig is, kan onmogelijk de zegen van heiligmaking ervaren. Velen gaan gebukt onder een last van kwalen door verkeerde gewoonten van eten en drinken, die de gezondheidswetten geweld aandoen. Ze zijn verzwakt door het toegeven aan perverse eetlust. De krachten van het menselijk gestel, om misbruik van het lichaam te weerstaan, zijn wonderbaar. Maar een constant verkeerde levenswijzen zal tenslotte elke functie van het lichaam verzwakken. Door toe te geven aan een perverse eetlust en hartstochten, hinderen zelfs belijdende christenen de natuur in haar werk, en verzwakken de fysieke, verstandelijke en geestelijke krachten. Laten deze zwakke mensen er eens aan denken wat ze hadden kunnen zijn, wanneer ze matig hadden geleefd en hun gezondheid hadden beschermd in plaats van deze te verwoesten.