Getrouw en Waarachtig

“Voorwaar, Ik, de Here, ben niet veranderd, en gij, kinderen van Jacob, zijt niet verteerd.” Maleachi 3:6

De persoonlijkheid en de privilege van God, waar Hij is en wat Hij is, is zo’n verheven onderwerp, dat wij niet mogen aanraken. Iemand die in het dagelijks leven zeer nauw gemeenschap heeft met God en een zeer diepe kennis van Hem bezit, is zich duidelijk bewust, dat de mensen totaal onbekwaam zijn om een verklaring te geven van de Schepper.

God was altijd. Hij is de grote ‘IK BEN’. De Psalmist geeft de verklaring:

“Eer de bergen geboren waren en Gij de aarde en de wereld voortgebracht had, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God” Psalm 90:2

Hij is de Enige, de hoge en verheven God, Die woont in de eeuwigheid. Hij zegt:

“Ik ben de Here, Ik verander niet.”

In Hem is geen verandering, noch een schaduw van omkering. Hij is ‘gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid’ Hebree├źn 13:8. Hij is oneindig en alomtegenwoordig. Geen menselijke woorden kunnen Zijn grootheid en majesteit beschrijven.

Boven de verstrooiingen van de aarde zit Hij hoog op de troon. Alles ligt open voor Zijn goddelijk toezicht. Vanuit Zijn grote, rustige eeuwigheid, verordineert Hij wat Zijn Voorzienigheid het beste acht.

God doet geen voorstel om door iemand ter verantwoording geroepen te worden voor Zijn wijze van werken. Het is tot eer van Hem, dat Hij Zijn doeleinden nu verborgen houdt, maar langzamerhand zullen deze zich openbaren in hun ware belang. Maar Zijn grote liefde heeft Hij niet verborgen; Zijn liefde die ten grondslag ligt aan al Zijn bemoeienissen met Zijn kinderen.

De regenboog boven de troon verzekert dat God getrouw is. Wij hebben tegen Hem gezondigd en wij verdienen Zijn gunstbewijzen niet. Toch heeft Hij zelf op onze lippen dit zeer wonderlijk pleidooi gelegd:

“Versmaad ons niet om Uws Naam wil; werp de troon Uwer heerlijkheid niet neder, gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons” Jeremia 14:21

Hij heeft Zichzelf verplicht, dat Hij horen zal naar ons geroep als we tot Hem komen en onze geringheid en onze zonden willen belijden. Met de vervulling van Zijn Woord tegenover ons staat de eer van Zijn troon op het spel.