Toen Paulus schreef:  “De God des vredes heilige u geheel en al,” 1 Thess. 5:23 verwees hij zijn broeders niet naar een maatstaf die onmogelijk was te bereiken. Hij bad niet om zegeningen voor hen, die God niet voorhad hen te geven. Hij wist dat allen, die Christus in vrede zullen ontmoeten, een zuiver en heilig karakter moeten bezitten.

“En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij, om vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ben geen vuistvechter die zo maar in de lucht slaat. Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen wordt.” 1 Kor. 9:25,27

“Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijk dan God met uw lichaam.” 1 Kor. 6:19,20