Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u.

Openbaring 3:19

Terecht wordt de laatste gemeente op aarde door de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, bestraft. Want velen denken dat ze rijk geworden zijn en aan niets gebrek hebben, maar zij weten niet dat ze ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt zijn! (Openbaring 3:17)

Toch is de zaak van hen die bestraft worden, niet hopeloos; ze ligt niet buiten het bereik van de Grote Middelaar. Hij zegt;

Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien.

Hoewel de belijdende volgelingen van Christus in een beklagenswaardige toestand verkeren, bevinden zij zich niet in een even hopeloze toestand als de dwaze maagden, van wie de lampen waren uitgegaan en die geen tijd meer hadden om hun vaten weer met olie te vullen. Toen de bruidegom kwam, gingen zij die gereed waren, met hem de bruiloftszaal binnen, maar toen de dwaze maagden kwamen, was de deur gesloten en zij waren te laat om binnen te gaan!

De Waarachtige Getuige stelt niet diegenen die lauw zijn, voor als hopeloze gevallen. Er is nog gelegenheid om verbetering in hun toestand aan te brengen. De boodschap aan Laodicea is vol bemoediging, want de afgedwaalde gemeente kan nog het goud van Geloof en Liefde kopen en zij kan nog het witte kleed van Christus gerechtigheid verkrijgen, zodat de schande van haar naaktheid niet zichtbaar is.

Reinheid van hart en zuiverheid van drijfveer kan toch nog degenen kenmerken die nu halfslachtig zijn en er naar streven God en de Mammon te dienen… Zij kunnen de klederen van hun karakter nog wassen en wit maken in het bloed van het Lam.