Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom.
En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen,
en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.

Openbaring 7:1-3

De tijd nadert haar einde!

Reeds staat het ene koninkrijk op tegen het andere koninkrijk… (Deze quote is geschreven net vóór de eerste wereld-oorlog, 27 november 1900) Nu is er nog geen vastbesloten eenheid. De vier winden worden nog tegengehouden tot Gods dienstknechten aan hun voorhoofden verzegeld zijn. Dan zullen de machten op aarde hun krachten bundelen voor de laatste grote strijd! (Openbaring 12:17)

Met hoeveel zorg moeten wij de weinig overgebleven genadetijd benutten!

Alles in de wereld is onzeker. De volken zijn toornig en grote voorbereidingen voor de oorlog worden getroffen. Het ene volk smeed samen tegen het andere volk, het ene koninkrijk tegen het andere. De grote dag van God komt snel naderbij. Maar hoewel de volken hun strijdkrachten bundelen, het bevel aan de engelen is nog van kracht, dat zij de vier winden moeten tegenhouden tot de dienstknechten van God aan hun voorhoofden zijn verzegeld.

Zij dragen het bruiloftskleed en zijn gehoorzaam en getrouw aan al Gods geboden!