Jacobus zegt, dat de wijsheid, die van boven komt, ten eerste “rein” is. (Jacobus. 3:17)
Als hij zijn broeders had zien roken, zou hij deze gewoonte dan niet als “aards, ongeestelijk, en duivels” hebben omschreven? (Jacobus 3:15)
Hoe vaak zijn in deze verlichte christelijke eeuw de lippen, die de naam van Christus belijden, niet bevuild door tabakssap, en is de adem niet door tabaksrook verontreinigd? De ziel, die zich verlustigen kan in deze onreinheid, moet zeer zeker ook onrein zijn. Toen ik mensen zag, die beweerden de zegen van “volkomen heiligheid” te smaken, terwijl ze verslaafd waren aan tabak en alles om zich heen bezoedelden, dacht ik: Hoe zou de hemel zijn met hen, die tabak gebruiken? Gods Woord heeft duidelijk verklaard;

“Dat daar niets zal zijn wat verontreinigt.” Openbaring. 21:27

Hoe kunnen dan zij, die genieten van deze onreine gewoonte, hopen binnen gelaten te worden? Mensen die belijden godsvruchtig te zijn, offeren hun lichaam op Satans altaar, en branden wierook van tabak voor zijn satanische majesteit. Schijnt dit te scherp uitgedrukt? Zeker, het offer wordt aan “iemand” gebracht. Als God zuiver en heilig is, en niets kan aanvaarden dat onrein is, moet Hij deze dure, vuile en onheilige offerande weigeren. Daarom is het Satan die dan geëerd wordt.