Zijn vlekkeloos leven

“Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets.” Johannes 14:30

Wij moeten geen misverstand hebben met betrekking tot de volmaakte zondeloosheid van de menselijke natuur van Christus. Hij is een broeder in onze zwakheden, maar niet door het bezit van gelijke hartstochten. Als de Zondeloze, had Zijn natuur een afkeer van het kwaad. Hij verdroeg worstelingen en gemartel van de ziel in een wereld van zonde. Zijn menselijkheid maakte gebed tot een noodzaak en tot een voorrecht.

Hij had kunnen zondigen. Hij had kunnen vallen; maar er was in Hem geen ogenblik een neiging tot het kwaad.

Door de natuur van de mens op Zich te nemen in haar gevallen toestand, deelde Christus toch niet in het minst in de zonde ervan. Hij was onderhevig aan de zwakheden die de mens omgeven… Hij kan meevoelen met onze zwakheden en Hij werd in alle dingen verzocht, zoals wij verzocht worden. En toch… “Hij kende de zonde niet“. Hij was het Lam, “zonder vlek of smet“. Zou satan ook maar in het geringste Christus tot zonde verleid hebben, dan zou hij het hoofd verbrijzeld hebben van de Verlosser. Maar zoals het ook in Gods Woord is beschreven, kon hij alleen Zijn hiel raken. Als hij het hoofd van Christus had getroffen, zou de hoop van de mensheid verloren zijn gegaan. Dan zou de goddelijke toorn op Christus zijn gevallen, zoals die op Adam viel. Dan zouden Christus en de gemeente zonder hoop geweest zijn.

Zelfs ook niet door een gedachte kon Christus er toe gebracht worden toe te geven aan de macht van de verzoeking. Christus verklaarde van Zichzelf: “De vorst dezer wereld komt, en hij heeft aan Mij niets.”

Jezus stond de vijand niet toe Hem te werpen in de poel van het ongeloof, of Hem te drijven in een poel van moedeloosheid en wanhoop. De menselijkheid van Christus was verenigd met goddelijkheid en door deze kracht zou Hij alle verzoekingen doorstaan waarmee satan Hem belaagde zodat Hij Zijn ziel kon bewaren zonder door de zonde besmet te worden.

Deze macht om te overwinnen zou Hij aan iedere zoon of dochter van Adam schenken, die in het geloof de rechtvaardige wezenstrekken van Zijn karakter zou aannemen.