Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die.
Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.

IJzer en leem, een mengsel van Kerk en Staat…

Wij leven in de tijd dat wordt voorgesteld door de voeten van het beeld (Daniël 2), waarin het ijzer vermengd is met leem. God heeft een volk, een uitverkoren volk, welks onderscheidingsvermogen geheiligd moet zijn. Zij mag zich niet verontreinigen door met hout, stro en stoppels op de Hoeksteen te bouwen.

Ieder die trouw is aan Gods geboden zal zien dat het zichtbaar kenmerk van ons geloof de Sabbat van de zevende dag is.

Als de regering de Sabbat zou eerbiedigen, zoals God dat heeft geboden, zou ze staan in de kracht van God en het geloof, eenmaal aan de heiligen overgeleverd, verdedigen… Maar staatslieden houden een valse sabbat hoog en zullen hun godsdienstig geloof vermengen met dit product van het pausdom, door de valse sabbat (zondag) te plaatsen boven de Sabbat die de HEERE gezegend en geheiligd heeft door deze dag af te zonderen voor de mens, om die te heiligen als een teken tussen Hem en Zijn volk tot in duizend geslachten.

De vermenging van kerkelijk- en staatsbeleid wordt voorgesteld door het ijzer en het leem. Deze eenheid verzwakt alle kracht van de kerken. Door de kerk te bekleden met de macht van de staat volgen kwade resultaten. De mensen hebben bijna de grens van Gods verdraagzaamheid overschreden. Ze hebben hun kracht in politiek geïnvesteerd en zich met het pausdom verenigd. Maar de tijd zal komen dat God hen, die Zijn Wet krachteloos hebben gemaakt, zal straffen en hun boze werk op hun eigen hoofd zal doen komen…

Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd.