De derde persoon van de Godheid

“De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen.” 2 Corinthiërs 13:13

Het is nodig dat wij ons bewust worden, dat de Heilige Geest evenzeer een Persoon is als God een Persoon is…

De Heilige Geest heeft een persoonlijkheid, anders zou Hij niet tot onze geest kunnen getuigen en met onze geest kunnen getuigen, dat wij kinderen van God zijn. Hij moet ook een goddelijk Persoon zijn, anders zou Hij de verborgenheden, die verscholen liggen in God, niet kunnen naspeuren.

De Heilige Geest is een vrij, zelfstandig werkend Wezen. De God des hemels gebruikt Zijn Geest naar Zijn welbehagen. Het menselijk verstand, het menselijk oordeel, menselijke methoden of systemen kunnen geen grens stellen aan Zijn werking, noch kunnen zij de weg of het kanaal beschrijven waardoor Zijn werk moet worden uitgevoerd, evenmin als zij tot de wind zouden kunnen zeggen: ‘Ik verzoek u in een bepaalde richting te waaien.’

Vanaf het begin heeft God gewerkt door Zijn Heilige Geest door middel van menselijke instrumenten, om Zijn plan uit te voeren tot heil van de gevallen mensheid. Dezelfde macht, Die de patriarchen ondersteunde en Die aan Kaleb en aan Jozua geloof en moed gaf en Die het werk van de apostolische gemeente ten uitvoer bracht, heeft ook de trouwe kinderen van God in elke daaropvolgende eeuw gesterkt.

De Heilige Geest was de hoogste van alle gaven waarnaar Jezus Zijn Vader kon vragen om Zijn volk te verhogen. De Geest moest worden geschonken als een herscheppingsmiddel en zonder deze kracht zou het Offer van Christus geen waarde hebben gehad. Gedurende honderden jaren had de macht van het kwade zich versterkt en de onderwerping van de mensen aan deze satanische gevangenschap was ontstellend.

De zonde kan alleen weerstaan en overwonnen worden door de macht van de derde Persoon van de Godheid, Die niet komt met beperkte kracht, maar in de volledige kracht van het goddelijk vermogen.

De Heilige Geest is een daadwerkelijke hulp in de wijze waarop het beeld van God weer in de mensenziel wordt opgericht.