Wie was Antiochus Epiphanes?

Op deze vraag willen we deze studie een antwoord presenteren. De grote geest der dwaling, die als een leeuw door deze wereld raast, opzoek naar wie hij kan verslinden, heeft de kleine hoorn, die uitzonderlijk groot werd, uit Daniël 8:9 een invulling gegeven in de koning Antiochus Epiphanes… Als iemand vandaag-de-dag op het internet zoekt naar een uitleg over deze hoorn uit Daniël 8, dan is de kans groot dat ze terecht komen op één van de vele sites die deze uitleg geven!

De grote vraag is echter; Klopt dit?!

Om deze vraag te kunnen beantwoorden zullen we ons moeten verdiepen in het volgende; Wie was Antiochus Epiphanes en kan deze man de vervulling zijn van de hoorn (koninkrijk), waar onze hemelse Vader ons zo voor gewaarschuwd heeft?

Nadat Seleucus zich had uitgeroepen tot koning over het oosterlijke deel (Syrië en Babylon) van het verdeelde Griekse rijk na de dood van Alexander de Grote, werd Seleucus de Syrische hoorn van de geitebok uit Daniël 8:8. De geitenbok maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn (Alexander de Grote) af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier windstreken van de hemel. Deze Syrische hoorn heeft welgeteld zesentwintig koningen gehad, die geheerst hebben over dit oostelijke deel van het Griekse rijk, totdat zijn rijksgebied door Rome werd ingenomen!  Antiochus Epiphanus was de achtste in deze lange rij van koningen…

Maar was deze koning dan zó machtig en bijzonder, dat hij op één of andere manier deze machtige hoorn kon vertegenwoordigen? Wij geloven van niet…

Hoewel hij de naam Epiphanus aannam, wat betekend ‘de vermaarde’, was hij dit slechts in naam… Want NIETS, zo zegt Prideaux op grond van verklaringen van Polybius, Livius en Diodorus Silicus, was meer in strijd met zijn werkelijke karakter! Wegens zijn gemene en buitensporige dwaasheden werd hij door sommigen een dwaas en door anderen een krankzinnige genoemd en men veranderde zijn naam van Epiphanus, de vermaarde, in Epimanus, de zot.

Omdat Antiochus de Grote, de vader van Epiphanus, grote verliezen had geleden in de oorlog tegen de Romeinen, kon hij de vrede alleen herstellen door enorme geldsommen te betalen en het afstaan van een deel van zijn gebied. Als waarborg dat hij de voorwaarden van dit verdrag stipt zou navolgen, moest hij gijzelaars naar Rome zenden, onder wie zijn eigen zoon!

De kleine hoorn werd zeer groot, maar Antiochus werd niet zeer groot, integendeel! Hij breidde zijn rijk niet uit, behalve door enkele tijdelijke overwinningen op Egypte. Hier moest hij zich echter weer onmiddellijk uit terug trekken toen de Romeinen zich aan de zijde van Ptolemeüs schaarde en hem gelastten van dat gewest af te zien. Zijn woede en gekrenkte eerzucht werden op de onschuldige joden gewroken…

De hoorn zou opstaan tegen de Vorst der vorsten.Daniël 8:11,25. Zonder twijfel is de Vorst der vorsten die genoemd wordt, Jezus Christus; Handelingen 3:15, Openbaringen 1:5. Antiochus stierf echter honderdvierenzestig jaar voor de geboorte van Christus. De profetie kan daarom niet op hem van toepassing zijn, want hij beantwoordt in geen enkel opzicht aan de bepalingen daarvan.

Nu kan men zich afvragen waarom men er toe kwam deze profetie op hem toe te passen. Het antwoord is dat Roomse Jezuïten deze leer de wereld ingebracht hebben om zo te voorkomen dat deze profetie op hen wordt toegepast! In 1585 werd de leer van het Preterisme en het Futurisme gepubliceerd door Alcasar en Ribera, twee Jezuïeten priesters. Zij gaven een nieuwe uitleg aan de reformatorische positie van de antichrist en verschoven de aandacht van het pausdom naar de Griekse koning Antiochus Epiphanus IV en naar een toekomstige tiran die de Joden ergens in de toekomst zou vervolgen.

Tot zover deze studie over Daniël 8. De volgende keer zullen we het gaan hebben over Daniël 12, het laatste hoofdstuk van het boek Daniël.