Verzegeld tot de tijd van het einde…

In dit voorlopig laatste deel over het boek Daniël willen we nog een aantal punten uit Daniël 12: 5-13 belichten. In de verzen 5-7 lezen we het volgende;

En ik, Daniël, zag, en zie, er stonden twee anderen, de één hier op de oever van de rivier, en de ander aan de overkant op de oever van de rivier.
De één zei tegen de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen?
Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen.

De vraag die gesteld wordt; Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen? is een zelfde soort vraag en antwoord als die in Daniël 8: 13-14;

Toen hoorde ik een heilige spreken, en een heilige zei tegen de Ongenoemde Die sprak: Hoelang zal het visioen van het steeds terugkerende offer en de verwoestende afvalligheid gelden, en hoelang zal zowel het heiligdom als het leger overgegeven worden om vertrapt te worden?
Hij zei tegen mij: Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens. Dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.

In beide teksten wordt gevraagd hoelang de tijd zal duren, waarin een bepaalde vervolgende macht zijn vernietigende werk zal voortzetten. In Daniël 12: 5-7 wordt hier een tijdsperiode voor gegeven van een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft. Dit is een bekende tijdsperiode en betekend 1260 jaren in de profetie. Nog even heel kort de berekening hiervan; Tijd, tijden en een halve tijd is 1 jaar+2 jaar+0,5 jaar=3,5 jaar x 360 (dagen in een profetisch jaar) =1260 dagen/jaren. Deze tijdsperiode loopt van 538 na Chr. (Begin van pauselijke overheersing) tot 1798 na Chr. (einde pauselijke overheersing nadat paus Pius VI door een generaal van Napoleon gevangen genomen werd) Deze tijdsperiode wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel genoemd. (Openbaring 11:3, 12:14, 13:5) Waarschijnlijk omdat de verdrukking door de roomse kerk-staat, gedurende deze periode, ongeëvenaard is.

De andere tijdsperiode, die uit Daniël 8:14, geeft als antwoord; Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens. Dat zijn 2300 dagen/jaren en ook deze periode is reeds bekend en al eerder behandeld.

De grootste tijdsperiode die in de Bijbelse profetie genoemd wordt loopt van 457 voor Chr. tot 1844 na Chr. Waarom het toch van belang is, dat we de 2300 jaren profetie er ook nog bij pakken heeft te maken met de verschillende tijden die in Daniël 12:11-12 worden genoemd;

Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen.
Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt.

Goed, eerst over de 1290 dagen/jaren. Deze tijdsperiode scheelt maar 30 dagen/jaren met de al eerder bekeken 1260 jaren van pauselijke staats-macht die zoals bekend in 1798 eindigde. Zou het kunnen zijn, dat ze beide dezelfde einddatum hebben, maar een andere begindatum? Als dit het geval is, dan moet er in 508 na Chr. een grote verschuiving van macht zijn geweest van heidens-Rome, naar pauselijk-Rome. Hiervoor zullen we de geschiedenis moeten bestuderen; “In of omstreeks 508 na Chr. werd het laatste belangrijke deel van het gevallen keizerrijk openlijk, door de kroning van zijn zegevierende koning, tot het christendom (roomse leer) bekeerd. De man die in die tijd het pauselijk ambt bekleedde, was kort voordien tot het christendom bekeerd. De bloedige strijd die hem op de pauselijke stoel bracht werd door de tussenkomst van een Ariaanse koning beslist. Men knielde voor de paus neer en groette hem als de ‘stedehouder Gods op aarde’. Wanneer was de heidense, keizerlijke macht zo ver ten onder gebracht, dat zij haar plaats moest afstaan aan haar vervanger en opvolger, de pauselijke macht? Het jaar was 508 na Chr.!

We kunnen dus gerust stellen, dat de 1290 dagen/jaren en de 1260 dagen/jaren grotendeels de zelfde periode aanduiden, maar met een verschillend beginpunt die bepaald wordt door de verschillende fasen van de macht-verschuiving van het heidens-Rome, naar het pauselijk-Rome.

Nu hebben we nog de 1335 dagen/jaren die we een plaats moeten geven. Omdat Gods Woord ons eigenlijk zo weinig informatie geeft betreffende deze tijden, worden we eigenlijk gedwongen het toe te passen op de profetische tijden waar we al wel meer van weten. Omdat we geen reden hebben om te denken dat de 1335 dagen/jaren een andere begindatum heeft als de zojuist besproken 1290 dagen/jaren, zullen we zien waar we dan op uitkomen; 508+1335= 1843 na Chr. Begrijpt u nu waarom ik eerder enige moeite nam om de 2300 dagen/jaren erbij te noemen? Deze eindigde in 1844 na Chr. zoals we al aangaven.Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt.”  Er wordt dus een zegen beloofd aan hen die wachten en 1843 na Chr. bereiken! Maar wat is er dan gebeurd in 1843 na Chr. dat zalig is?

“Toen vond een opmerkelijke vervulling plaats van de profetie in de machtige verkondiging van Christus’ tweede komst. Vijfenveertig jaar voordien had de tijd van het einde een aanvang genomen, de verzegeling van Daniëls boek werd verbroken en de wetenschap begon toe te nemen. In 1843 vond een grote samenbundeling plaats van alle kennis die tot op dat moment over de profetische onderwerpen was verkregen. De verkondiging werd met grote kracht doorgevoerd. De nieuwe leer bewoog de wereld. De waarachtige volgelingen van Christus ontvingen nieuwe kracht. De ongelovigen werden vermaand, de kerken beproefd en een geestelijke opwekking en ontwaken volgde, die in onze moderne tijd ongeëvenaard is”.

Was dit gebeuren een zegen? Luister naar de Woorden van de Verlosser;

Maar uw ogen zijn zalig omdat zij zien, en uw oren omdat zij horen.
Want voorwaar, Ik zeg u dat veel profeten en rechtvaardigen verlangd hebben te zien wat u ziet, en zij hebben het niet gezien; en te horen wat u hoort, en zij hebben het niet gehoord.

Mattheüs 13:16-17

Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.

Openbaring 1:3

Als een nieuwe en heerlijke waarheid in die dagen een zegen was voor hen die haar ontvingen, dan was dat het ook in 1843! Tot zover deze kleine Daniël-studie. Dat de trouwe Daniël zeer geliefd was bij zijn Hemelse Vader, dat was hem al wel bekend. (Daniël 9:23) Maar toch verzekerd de Heere hem nogmaals dat hij zal staan in het oordeel, nadat hij gerust zal hebben in het graf. Mogen ook wij ons beijveren deze gunst van God te ontvangen.

Maar u, ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming, aan het einde van de dagen.