De eerlijke liefde en belangeloze toewijding die naar voren kwamen in het leven en karakter van Johannes, vertegenwoordigen lessen van onschatbare waarde voor de christelijke gemeente. Sommigen zouden misschien kunnen beweren dat deze liefde los stond van de goddelijke genade. Van nature bezat Johannes echter ernstige karakterfouten. Hij was trots en eerzuchtig, lichtgeraakt en snel beledigd. De diepte en oprechtheid van Johannes’ genegenheid voor zijn Meester was niet de reden dat Jezus hem liefhad; wel de uitwerking van die liefde. Johannes wilde worden als Jezus, en onder de veranderende invloed van de liefde van Christus werd hij zachtmoedig en nederig van hart. Zijn eigen ik was verborgen in Christus. Hij was nauw verbonden met de levende Wijnstok en kreeg aldus deel aan de goddelijke natuur. Dit zal altijd het gevolg zijn van gemeenschap met Christus. Dat is ware heiligmaking.

Er kunnen wel degelijk gebreken aanwezig zijn in iemands karakter, maar als deze een ware discipel van Jezus wordt, maakt de kracht der goddelijke genade hem een nieuw schepsel. De liefde van Christus verandert en heiligt hem. Wanneer echter mensen voorgeven christenen te zijn, terwijl hun godsdienst hen in het dagelijks leven geen betere mannen en vrouwen maakt – levende vertegenwoordigers van Christus in houding en karakter – dan behoren ze Hem niet toe.