Het belang van de Schrift voor de eindtijd

Een krachtige leerstellige boodschap wordt over het hoofd gezien…

Wanneer God de mensen boodschappen zendt die zó belangrijk zijn dat ze worden verkondigd door heilige engelen die ‘in het midden des hemels’ vliegen, verwacht Hij van iedereen met gezond verstand dat hij ook aandacht zal schenken aan die boodschap. De vreselijke oordelen die zijn uitgesproken over de aanbidding van het beest en zijn beeld (Openbaring 14:9-11) zouden de mensen moeten aansporen tot een grondig onderzoek van de profetieën om te weten te komen wat het merkteken van het beest is en hoe ze aan het ontvangen van dat merkteken kunnen ontkomen.

Maar de grote massa wil de waarheid niet horen en luistert liever naar fabels. De apostel Paulus heeft over de eindtijd gezegd:

“Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen”  2Timotheüs 4:3

Die tijd is nu aangebroken. De meeste mensen zijn niet gesteld op de waarheid van de Bijbel omdat ze indruist tegen het zondige wereldse hart. Satan zorgt dan wel voor de misleidingen waar ze zó van houden.

Toch zal God een volk op aarde hebben dat de Bijbel en de Bijbel alléén zal hooghouden als de maatstaf voor alle leerstellingen en de grondslag voor alle hervormingen.

De meningen van geleerden, de gevolgtrekkingen van de wetenschap, de geloofsbelijdenissen of beslissingen van kerkvergaderingen, die even talrijk en tegenstrijdig zijn als de kerken die ze verdedigen, de stem van de meerderheid – niets van dit alles mag worden beschouwd als het bewijs vóór of tegen één of ander geloofspunt. Voordat men leerstellingen of geboden aanneemt, moet men het bewijs hebben dat ze door een duidelijk ‘zo spreekt de HEERE‘ worden gestaafd.

Satan probeert voortdurend de mens centraal te stellen en de aandacht van God af te leiden. Hij leert de mensen dat ze de bisschoppen, predikanten en hoogleraren in de godgeleerdheid als hun leiders moeten beschouwen, in plaats van dat ze de Bijbel zelf onderzoeken om te weten wat hun plicht is. Wanneer hij de geest van deze leiders beheerst, kan hij de massa naar zijn eigen inzichten manipuleren.

Toen Christus de woorden des levens uitsprak, luisterden de gewone mensen graag naar Hem. Velen, zelfs onder de priesters en oversten, geloofden ook in Hem, maar de hoge geestelijke en politieke leiders waren vastbesloten Zijn leer te veroordelen en te verwerpen. Hoewel ze in al hun pogingen om beschuldigingen tegen Hem te vinden werden teleurgesteld, hoewel zij de invloed van Gods kracht en Gods wijsheid die in Christus woorden besloten lagen wel moesten erkennen, volhardden zij in hun vooroordelen. Ze verwierpen de duidelijke bewijzen dat Hij de Messias was omdat ze weigerden zijn discipelen te worden. Deze tegenstanders van Jezus waren mannen voor wie het volk van kindsbeen af eerbied had gehad. Ze hadden zich altijd zonder enig verzet voor hun gezag gebogen. Ze stelden dan ook de vraag:

“Heeft soms één van de oversten in Hem gelooft, of van de Farizeeën?” “Zouden deze gelovige mannen Hem niet hebben aanvaard als Hij werkelijk de Christus was?”

Onder invloed van zulke leiders heeft het Joodse volk zijn Verlosser verworpen. Velen die tegenwoordig voor zeer godsdienstig willen doorgaan, hebben eigenlijk nog altijd de geest die deze priesters en oversten bezielde. Ze weigeren de Bijbel te onderzoeken om de speciale waarheden voor deze tijd te leren kennen. Ze wijzen op hun aantal, rijkdom en populariteit, en kijken minachtend neer op de verdedigers van de waarheid omdat ze gering in aantal, arm en niet populair zijn, omdat ze een geloof verdedigen waardoor ze van de wereld verschillen.

Christus wist dat de ongegronde aanspraak op gezag van de schriftgeleerden en Farizeeën niet zou eindigen bij de verstrooiing van de Joden. Hij wist dat men het gezag van de mens zou verheerlijken om het geweten te beheersen. Dit is een verschijnsel dat in alle tijden een verschrikkelijke vloek voor de gemeente is geweest.

Zijn vreselijke veroordeling van de schriftgeleerden en Farizeeën  en Zijn waarschuwing aan het volk om deze blinde leiders niet te volgen, zijn in de Bijbel opgetekend als een vermaning voor de generaties die na hen zouden komen.