Geen heiligmaking zonder gehoorzaamheid

Ik heb velen ontmoet die beweerden zonder zonden te leven. Maar wanneer ze getoetst werden aan Gods woord, bleken deze mensen openlijke overtreders van Gods heilige wet te zijn. De duidelijke bewijzen van de eeuwigheidswaarde en bindende kracht in het vierde gebod, konden toch het geweten niet wakker schudden. Ze konden de eisen van God niet ontkennen, maar waagden zich te verontschuldigen voor het feit dat ze de Sabbat verbraken. Ze beweerden geheiligd te zijn en God elke dag van de week te dienen. Vele goede mensen, zeiden ze, hielden de Sabbat niet. Als de mensen maar geheiligd waren, dan zou geen veroordeling hen treffen als ze deze dag niet eerbiedigden. God was te barmhartig om hen te straffen omdat ze de zevende dag niet hielden. Men zou hen eigenaardig vinden als ze de Sabbat vierden en ze zouden geen invloed op de wereld hebben. Ze moesten onderdanig zijn aan de machten die over hen gesteld waren.

Een dame getuigde in een openbare vergadering dat Gods genade heerste in haar hart en dat ze de Here volkomen toebehoorde. Toen uitte ze haar geloof en zei dat deze mensen zoveel goeds deden in het wijzen van zondaars op de gevaren die hen bedreigden. Ze zei: “De Sabbat die deze mensen brengen is de enige Sabbat van de Bijbel.” Ze vertelde toen dat haar geest zich veel met dit onderwerp had bezig gehouden. Ze zag grote beproevingen, die haar te wachten zouden staan als ze de zevende dag zou vieren.

De volgende dag kwam ze naar de vergadering en getuigde opnieuw, zeggende dat ze de Here had gevraagd of ze de Sabbat moest vieren en dat Hij haar had gezegd dat dit niet nodig was. Ze had nu rust wat dit onderwerp betrof. Toen riep ze de aanwezigen dringend op om de volmaakte liefde van Jezus aan te nemen, die geen veroordeling kende voor de ziel.

Deze vrouw bezat geen waarachtige heiligmaking. Het was niet God die haar verteld had dat ze geheiligd kon zijn, terwijl ze een van Zijn duidelijke geboden overtrad. Hij die haar meedeelde dat ze door kon gaan met het verbreken van Gods wet en toch zondeloos kon zijn, was de vorst der duisternis – dezelfde die in het paradijs door middel van de slang aan Eva vertelde;

“Gij zult de dood niet sterven” Genesis 3:4

Zij stelde zich gerust met de gedachte dat God veel te goed was om haar te straffen omdat ze aan een van Zijn geboden ongehoorzaam was geweest. Dezelfde bedriegerij uiten duizenden om hun ongehoorzaamheid aan het vierde gebod te verontschuldigen. Zij, die de geest van Christus bezitten zullen alle geboden van God bewaren, ongeacht de omstandigheden. De majesteit des hemels zegt:

“Ik heb de geboden Mijns Vader bewaard” Johannes 15:10

Adam en Eva waagden het de eisen van God ongehoorzaam te zijn en het vreselijke gevolg van hun zonde moest een waarschuwing voor ons zijn om niet hun voorbeeld van ongehoorzaamheid na te volgen. Christus bad voor Zijn discipelen met de volgende woorden:

“Heilig hen in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17

Ware heiligmaking bestaat alleen in gehoorzaamheid aan de waarheid. Zij die God liefhebben met heel hun hart, zullen ook Zijn geboden liefhebben. Het geheiligde hart is in overeenstemming met de voorschriften van Gods wet, want ze zijn heilig, rechtvaardig en goed.