Johannes in ballingschap

Het wonderbaarlijk succes, als gevolg van de prediking der apostelen en hun medewerkers, deed de haat van de vijanden van Christus toenemen. Ze deden alles wat in hun macht lag om de voortgang te hinderen en slaagden er eindelijk in de macht van de Romeinse keizer achter zich te krijgen in hun strijd tegen het christendom. Een vreselijke vervolging ontstond, waarbij veel volgelingen van Christus het leven verloren. De apostel Johannes was oud geworden, maar met steeds grotere ijver en resultaten bleef hij de leer van Christus verkondigen. Zijn getuigenis bezat een kracht, welke zijn tegenstanders niet konden weerstaan, en waardoor zijn broeders ten zeerste bemoedigd werden.

Toen het geloof van de christenen scheen te wankelen onder de felle tegenstand die ze ondervonden, verkondigde de apostel met grote waardigheid, macht en welsprekendheid:

“Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze eigen ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens – … dat verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En onze gemeenschap is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.” 1 Johannes 1:1-3

De bitterste haat moest Johannes verduren vanwege zijn onwankelbare trouw aan het werk van Christus. Hij was de laatste overgebleven van de discipelen die Jezus goed gekend hadden en zijn vijanden hadden besloten zijn stem het zwijgen op te leggen. Als dit bereikt kon worden, hoopten ze een eind te kunnen maken aan de verspreiding van de leer van Christus. Als ze er met geweld tegenin zouden gaan zou deze leer spoedig uitsterven. Aldus werd Johannes naar Rome geroepen om zich te verantwoorden voor zijn geloof. Zijn leerstellingen werden verkeerd uitgelegd. Valse getuigen noemden hem een onruststoker, die openbaar theorie├źn verkondigde die het volk zouden schaden.

De apostel verdedigde zijn geloof op een duidelijke en overtuigende wijze, met zo’n eenvoud en kracht, dat zijn woorden een geweldige uitwerking hadden. Zijn toehoorders stonden verbaasd over zijn wijsheid en welsprekendheid. Maar hoe duidelijker zijn getuigenis was, des te groter werd de haat van hen die de waarheid tegenstonden. De keizer werd vervuld met razernij en lasterde de naam van God en van Christus. Hij kon de woorden van de apostel niet weerleggen of tegen de kracht ingaan die in deze waarheid lag opgesloten en besloot de getrouwe verkondiger het zwijgen op te leggen.