Johannes, een Sabbatvierder

De dag des Heren waarover Johannes sprak was de Sabbat, de dag waarop Jahweh rustte toen Hij het scheppingswerk voltooid had. De dag die Hij zegende en heiligde omdat Hij op die dag rustte. Op het eiland Patmos vierde Johannes de Sabbat even trouw als toen hij onder de mensen verkeerde en op die dag predikte. Door de woeste rotsen om hem heen werd Johannes herinnerd aan Horeb, waar God, toen Hij Zijn wet aan het volk bekend maakte, zeide:

“Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt” Exodus 20:8

De Zoon van God sprak tot Mozes vanaf de top van de berg. God maakte van de berg Zijn heiligdom. De eeuwige heuvelen waren Zijn tempel. De goddelijke Wetgever daalde neer op de rotsachtige berg om Zijn wet ten aanhoren van heel het volk te verkondigen, opdat ze onder de indruk zouden komen van de grootse en ontzagwekkende manifestatie van Zijn macht en heerlijkheid, en bang zouden worden Zijn geboden te overtreden. God verkondigde Zijn wet te midden van donder en bliksem en dikke wolken op de top van de berg, en Zijn stem was als een luide bazuin.

De wet van Jahweh was onveranderlijk, en de tafels waarop Hij de wet neerschreef waren uit steen gehouwen, waarmee God de onveranderlijkheid van Zijn geboden te kennen gaf. Het rotsachtige Horeb werd een geheiligde plaats voor allen die de wet van God liefhebben en eerbiedigen.