Bedroeft de Geest niet

“En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing.” Efeze 4:30

Het geweten is de stem van God, die wordt gehoord temidden van de strijd van de menselijke hartstochten. Wanneer deze wordt weerstaan, is de Geest van God bedroefd. De mens heeft het vermogen Gods Geest uit te blussen, de keuze is aan de mens overgelaten.

De mens heeft het vermogen Gods Geest uit te blussen, de keuze is aan de mens overgelaten.

Hem wordt de vrijheid gegeven om te handelen. Zij kunnen gehoorzamen door de Naam en de genade van onze Verlosser of zij kunnen ongehoorzaam zijn en de gevolgen ervaren. De zonde van Godslastering tegen de Heilige Geest ligt niet in een plotselinge opwelling van een woord of een daad; deze zonde ligt in de sterke, vastbesloten tegenstand tegen de waarheid en de bewijzen daarvoor.

Het is niet dat God een bevel uitzendt dat de mens niet verlost zal worden. Hij werpt geen duisternis voor de ogen, waar het licht niet in doordringt. Maar de mens verzet zich eerst tegen een aanraking van Gods Geest en als hij Die eenmaal heeft weerstaan is het minder moeilijk Die voor een tweede of derde maal te weerstaan.

Dan komt de oogst, die moet worden bijeengebracht uit het zaad van ongeloof en weerspannigheid. O, wat een oogst van toegeeflijkheid aan zonden wordt er bereid voor de sikkel!…

Aan de andere kant zal iedere straal van licht, die met liefde ontvangen wordt, een oogst van licht opleveren. Verleiding die eenmaal is weerstaan, zal kracht schenken voor een sterkere tegenstand bij een tweede keer; iedere nieuwe overwinning over het ‘eigen-ik’ zal de weg effenen voor overwinningen die hoger en grootmoediger zijn. Iedere overwinning is een zaad, dat is gezaaid voor het eeuwige leven.

God vernietigt niemand. De zondaar vernietigt zichzelf door zijn onbekeerde hart en gebrek aan werkelijk berouw.

Niemand behoeft te zien op de zonde tegen de Heilige Geest als op iets geheimzinnigs en iets onbeschrijfelijks. De zonde tegen de Heilige Geest is de zonde van de volhardende weigering om te antwoorden op de uitnodiging tot berouw en bekering. 

Er bestaat geen hoop op het hogere leven, dan door de onderwerping van de ziel aan Christus.