Alleen zijn met God

Terwijl Johannes nadacht over de gebeurtenissen op Horeb, kwam de Geest van Hem, die de zevende dag heiligde, op hem. Hij dacht na over de zonde van Adam, die de goddelijke wet overtrad, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. De oneindige liefde van God Die Zijn Zoon gaf om de verloren mensheid te verlossen, scheen te groot om in woorden uit te drukken. Als hij er in zijn brief over schrijft, vraagt hij de gemeente en de wereld om deze liefde gade te slaan.

“Ziet, welk een liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook. Daarom kent de wereld ons niet, omdat ze Hem niet kent.” 1 Johannes 3:1

Het was onbegrijpelijk voor Johannes dat God Zijn Zoon kon geven om Hem te laten sterven voor een opstandige wereld. Hij werd stil van verbazing over het feit dat het verlossingsplan, dat de hemel zoveel kostte, geweigerd kon worden door hen voor wie dit oneindig offer was gebracht.

Johannes was alleen met God. Hoe meer hij leerde over het karakter van God door de werken der schepping, hoe groter zijn eerbied voor God werd. Dikwijls stelde hij zichzelf de vraag: “Waarom streven de mensen, die volkomen van God afhankelijk zijn, niet naar vrede met Hem door vrijwillige gehoorzaamheid? Hij is oneindig in wijsheid, en aan Zijn macht bestaan geen grenzen. Hij bewaart in volmaakte harmonie de grootheid en de schoonheid der dingen die Hij geschapen heeft. Zonde is overtreding van Gods wet en de straf op de zonde is de dood. Er zou in de hemel zowel op aarde geen wanklank zijn gehoord, als zonde niet bestaan had. Ongehoorzaamheid aan Gods wet heeft alle ellende over Zijn schepselen gebracht. Waarom laat de mens zich niet met God verzoenen?

Het is geen kleinigheid tegen God te zondigen, de perverse menselijke wil te stellen tegenover de wil van zijn Maker. Het is in het belang van mensen, ook in deze tijd, om de geboden van God te bewaren. En het komt zeker hun eeuwige leven te goede als ze hun leven aan God onderwerpen en zich met Hem verzoenen. De dieren van het veld gehoorzamen de wet van hun schepper door hun instinct. Tot de trotse oceaan spreekt Hij:

“Tot hiertoe zult gij komen en niet verder.” Job 38:11

En ook de wateren luisteren naar Zijn woord. De planeten volgen hun baan in volmaakte regelmaat en gehoorzamen de wetten die God heeft ingesteld. Van alle schepselen die God op aarde heeft geschapen is alleen de mens opstandig. Toch bezit hij verstandelijke vermogens om de eisen van de goddelijke wet te verstaan en het geweten om zowel de schuld van overtredingen als de vrede en blijdschap van gehoorzaamheid te beseffen. God maakte hem tot iemand met een vrije wil, gehoorzaam of ongehoorzaam. De beloning van het eeuwige leven – het eeuwig gewicht der heerlijkheid – is voor allen die Gods wil doen, terwijl de dreiging van Zijn toorn rust op hen die Zijn wet trotseren.