In harmonie met de hemel

“Zij, die Uw wet liefhebben, hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok.”     Psalm 119:165

Adam leerde aan zijn nakomelingen de wet van God, en het werd doorgegeven van vader op zoon door de opeenvolgende generaties. Maar… er waren weinigen die het aannamen en gehoorzaam waren.

Door overtreding werd de wereld zo slecht dat het noodzakelijk was om hem door de zondvloed van zijn corruptie te reinigen. De wet werd bewaard door Noach en zijn familie, en Noach leerde zijn nakomelingen de tien geboden. Toen de mensen zich weer van God afkeerden, koos God Abraham, van wie Hij verklaarde:

“…omdat Abraham naar Mij geluisterd en Mijn dienst in acht genomen heeft: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten” Genesis 26:5

Betreffende de wet die op de Sinaï verkondigd was zegt Nehemia:

“Op de berg Sinaï zijt Gij nedergedaald en hebt met hen gesproken uit de hemel, en hun rechtvaardige verordeningen, betrouwbare wetten, goede inzettingen en geboden gegeven” Nehemia 9:13

En Paulus verklaart:

“Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed”       Romeinen 7:12

De hele wereld zal door de morele wet geoordeeld worden overeenkomstig hun vermogen er bekend mee te worden, of dat nu is door een rede, door de traditie of het geschreven Woord.

We zien daarin de goedheid van God, Die door Zijn rechtvaardigheid (die onveranderlijk is) de mens wil beschermen tegen de vreselijke gevolgen van overtreding… De wet is een uitdrukking van Gods gedachten. Als we die wet d.m.v. Christus in ons hart aannemen worden het ónze gedachten. De wet tilt ons uit boven de wensen van het natuurlijke hart en boven zijn neigingen, boven verzoekingen die leiden tot zonde, “Zij, die Uw wet liefhebben, hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok.”

Er is geen vrede in ongerechtigheid, de goddelozen zijn in oorlog met God.

Maar hij die de gerechtigheid van de wet in Christus ontvangt is in harmonie met de hemel. Als wij haar (Gods wet) in Christus aangenomen hebben dan werkt zij in ons de reinheid van het karakter die ons door de eindeloze eeuwen vreugde bereiden zal.