Paulus’ gebed voor de gemeente

In zijn brief aan de gemeente in Efeze schrijft Paulus over;

“de verborgenheid van het evangelie” Efeze 6:19

en over de;

“onnaspeurlijke rijkdom van Christus” Efeze 3:8

Hij verzekerde hen, dat hij ernstig bad voor hun geestelijk welzijn:

 ” Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus,
naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.” Efeze 3:14-19

Hij schreef ook aan de broeders te Korinthe:

“Aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus. Ik dank mijn God altijd voor u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus. U bent namelijk in alles rijk geworden in Hem, in alle spreken en alle kennis, naarmate het getuigenis van Christus bevestigd is onder u, zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, terwijl u de openbaring van onze Heere Jezus Christus verwacht.”
1 Korinthe 1:2-7

Deze woorden werden niet alleen gericht tot de gemeente in Korinthe, maar tot heel het volk van God tot aan het eind der tijden. Iedere christen kan de zegen van heiligmaking deelachtig zijn.

De apostel gaat verder met de volgende woorden:

Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus,dat u allen eensgezind bent in uw spreken,en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.”
1 Korinthe 1:10

Paulus zou hen zeker niet het onmogelijke gevraagd hebben. Eenheid is het onvoorwaardelijke gevolg van christelijke volmaaktheid.

In de brief aan de Kolossenzen worden eveneens de heerlijke voorrechten getoond die aan Gods kinderen beloofd zijn:

“Omdat wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde die u hebt voor alle heiligen, vanwege de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen. Hiervan hebt u eerder gehoord door het Woord van de waarheid, namelijk van het Evangelie.
Dit is naar u toe gekomen zoals ook in de hele wereld, en het draagt vrucht zoals ook onder u, vanaf de dag dat u het gehoord hebt en de genade van God in waarheid hebt leren kennen.  Zo hebt u het ook geleerd van Epafras, onze geliefde mededienstknecht, die voor u een trouwe dienaar van Christus is. Hij heeft ons ook uw liefde in de Geest bekendgemaakt. Daarom houden ook wij niet op, vanaf de dag dat wij het gehoord hebben, voor u te bidden en te smeken dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, zodat u wandelt op een wijze de Heere waardig, Hem in alles behaagt, in elk goed werk vrucht draagt en groeit in de kennis van God,
terwijl u met alle kracht bekrachtigd wordt, overeenkomstig de sterkte van Zijn heerlijkheid, om met blijdschap in alles te volharden en geduld te oefenen.” Kolossenzen 1:4-11