Lessen in karaktervorming

 

Later vroegen Jakobus en Johannes via hun moeder opnieuw om de ereplaats in het koninkrijk van Christus te mogen innemen. De Heiland antwoordde:

“Gij weet niet wat gij vraagt.” Marcus 10:38

Hoe weinigen van ons begrijpen vaak de betekenis van deze gebeden! Jezus wist hoe groot het offer was, waarmee die eer gekocht moest worden, toen Hij,

“om de vreugde die Hem was voorgesteld, het kruis verdroeg, en de schande verachtte.” Hebree├źn 12:2

Die vreugde was het zien van zielen, verlost door Zijn vernedering, Zijn zielsangst en het vergieten van Zijn bloed. Deze heerlijkheid zou Christus ontvangen, en het was deze heerlijkheid dit beide discipelen met Hem wensten te delen. Jezus vroeg hen:

“Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmee Ik gedoopt wordt? Ze zeiden tot Hem, we kunnen het.” Marcus 10:38,39

Hoe weinig begrepen ze van deze doop!

“Jezus zei tot hen: De beker die Ik drink, zult gij drinken, en met de doop, waarmee Ik gedoopt wordt, zult gij gedoopt worden, maar het zitten aan Mijn rechterzijde of linkerzijde staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is.” Marcus 10:39,40